Toen de Tourdirectie de renners in 1910 voor het eerst over de Pyreneeën stuurde, waren de coureurs zelf daar niet blij mee. De grote baas Henri Desgrange werd volgens de overlevering zelf uitgescholden voor moordenaar, maar maalde daar niet om. Die allereerste rit door de Pyreneeën eindigde in Luchon, net als de etappe van vandaag. Al heet die plaats tegenwoordig voluit Bagnères-de-Luchon. De Col de Portet-dAspet en de Col des Ares, beiden van de tweede categorie waren er destijds ook bij. De Portet-dAspet is ook het decor van één van de zwartste bladzijden uit de Tourgeschiedenis. Fabio Casartelli stierf in 1995 in de afdaling van deze col. Voor de etappe van dit jaar heeft ASO overigens ook nog de 1755 meter hoge Port de Balès toegevoegd aan het traject. Die col van buitencategorie werd pas één keer eerder beklommen, in 2007. Na de passage op de top van de slotklim, is het nog 21,5 kilometer naar beneden. Een uitgelezen kans dus voor een waaghals, die ook nog eens kan klimmen. Samuel Sanchez bijvoorbeeld.