Onepass

Interview Sep Vanmarcke: op jacht naar een monument

Sep Vanmarcke (30) is al jarenlang een vast gezicht in de finale van de kasseienklassiekers. De Belg kwam een aantal keer dicht bij een klassieke zege, maar ondertussen is hij nog oh zo ver weg.

Door: Tim Beck Fotografie: Cor Vos
Vanmarcke

In een sport waarin ieder klein foutje beslissend kan zijn en elk procentpunt minder in het vormpeil afgestraft wordt, had het evengoed heel anders kunnen lopen als het lot Vanmarcke iets gunstiger gezind was. Om maar aan te geven: het is geen sinecure om als steengoede renner met de bloemen te gaan lopen. Met iets meer geluk had vooral de keientrofee van Parijs-Roubaix al op de schoorsteenmantel kunnen staan in huize Vanmarcke. In 2013 moet hij zijn meerdere erkennen in een spurt met Fabian Cancellara, terwijl hij in 2016 net geen beslissend gat weet te slaan met zijn medevluchters op de schots en scheefliggende kasseien van Carrefour de l’Arbre. Meer dan een vierde plaats zit er vervolgens niet in. De rode draad van Vanmarcke zijn carrière is tot nu toe: vaak bij de besten, maar altijd mist er wel een puzzelstukje.

Je moet eens het geluk hebben dat ze je laten rijden”, vertelt Vanmarcke op nuchtere toon als we hem spreken ten tijde van de Tour de la Provence, waar hij zijn vorm aanscherpt. “Als het over mij gaat, gaat het vaak over het feit dat ik zo weinig win. Of dat me ergert? Nee, eigenlijk niet, want ik kan de media en fans er geen ongelijk in geven. Maar het is zo moeilijk om op WorldTour-niveau te winnen, zeker als je geen sprint of echte solo hebt. Iemand als Niki Terpstra heeft ook geen geweldige sprint, maar wel een indrukwekkende solo. Voor mij moet het allemaal meezitten, zelfs als ik een van de sterksten ben op de hellingen. Het heeft nog nooit voor de volle honderd procent meegezeten, mede doordat ik altijd goed in de gaten word gehouden door de andere renners.

Pech in de E3 dit jaar

Loopbaanlancering

De geluksfactor is Vanmarcke dus niet vaak goed gezind. Geleidelijk aan is de teneur rondom zijn persoon zo gegroeid dat hij bekend is komen te staan als de pechvogel van het peloton: vaak op de slechtste momenten pech of net op de verkeerde plek bij een valpartij. Zelf vertelt hij niet met dat beeld te zitten, want Vanmarcke benadrukt te allen tijde het positieve. Dat heeft hij moeten leren, maar in de winter van 2016 zette een sportpsycholoog hem op het juiste spoor. “Ik heb veel van hem geleerd. Hij vertelde me dat ik me vooral moet focussen op het hebben van plezier. In het wielrennen is een sportpsycholoog een algemeen goed geworden. Je bent absoluut geen uitzondering meer als je met zo’n iemand spart. Dat is veranderd ten opzichte van het begin van mijn loopbaan. Het is een positieve ontwikkeling, want waarom zou je geen sportpsycholoog gebruiken als het je helpt? Aan mijn ontwikkeling heeft het in ieder geval bijgedragen.

De druk die hij zichzelf oplegt en waarmee hij wordt opgezadeld door fans en media, geldt tegenwoordig als de brandstof van zijn motivatie. Al aan het begin van zijn loopbaan krijgt Vanmarcke te maken met de loodzware erfenis van Vlaamse veelwinnaars als Johan Museeuw, Stijn Devolder en Tom Boonen. Hoewel hij zich in zijn jeugd met kleine stapjes verbetert, wordt hij het profcircuit werkelijk in gelanceerd. Een tweede plaats in Gent-Wevelgem 2010 in zijn eerste profjaar wordt in 2012 opgevolgd door een zege in Omloop het Nieuwsblad. Nog altijd zijn grootste triomf. “Daar versloeg ik Tom Boonen, maar Gent-Wevelgem was de lancering van mijn loopbaan. Er meldden zich toen verschillende managers en ik kon de overstap maken naar de WorldTour. Voor mezelf was het al duidelijk dat ik een renner voor het voorjaar was, maar daar bevestigde ik dat definitief.

"Prof worden was zaak voor de goede coureurs, dat kwam bij ons in de familie helemaal niet op."

Hoewel de tweede plaats naar tevredenheid is, is de koers ergens ook exemplarisch voor zijn loopbaan. Op twee kilometer van de finish laat hij zijn medevluchters achter, maar krampen zorgen ervoor dat hij zijn inspanning niet kan volhouden. “Anders had ik een goede kans gehad direct Gent-Wevelgem te winnen. Verrassend genoeg kon ik nog een redelijke sprint uit mijn benen schudden, maar Bernhard Eisel bleef me voor. De week daarop volgde de Ronde van Vlaanderen en toen hadden de wielervolgers al meteen de nodige verwachtingen, maar die wedstrijd bleek toch van een ander niveau te zijn.

Sporza-wielerjaaroverzicht 1996

Zoals hij rondrijdt in Gent-Wevelgem zo verloopt het precies in zijn kinderdromen, alleen dan zonder krampen. In zijn jeugd blijft het voornamelijk bij de waanvoorstellingen in zijn hoofd. Hoewel het gezin Vanmarcke een echte wielerfamilie is, kunnen ze namelijk nooit bevroeden dat een van de kinderen ooit prof zou worden. “Dat kwam gewoon niet in ons op. Dat was een zaak voor de goede coureurs, zo dachten wij altijd thuis, haha. Ik wilde gewoon plezier maken en deed op het land naast ons huis of ik Bart Wellens of Sven Nys was. Samen met mijn broer Ken. Ik was in mijn jeugd geen uitblinker. Ik won mijn koersen en jaar na jaar zette ik een stap in mijn ontwikkeling, maar pas vanaf de Ronde van Vlaanderen voor beloften, waarin ik derde werd in 2007, dacht ik: misschien heb ik het toch in me om prof te worden. Daarvoor wilde ik gewoon lekker koersen en na mijn jeugd zou ik vanzelf een baan gaan zoeken.

Een opgenomen videoband van het Sporza-wielerjaaroverzicht van 1996 stimuleert de jonge Vanmarcke. Hij voetbalt weliswaar een jaartje, maar veel liever gaat de jonge Sep naar de koers. Het wereldje waarin zijn broers en zus dan al actief zijn. “Ik kan die beelden van 1996 dromen, want die video hebben we grijsgedraaid thuis. Die editie van De Ronde en Roubaix sprongen het meest in het oog. Michele Bartoli won in Vlaanderen, terwijl Johan Museeuw zegevierde op de wielerbaan van Roubaix. Het was alleen niet zo dat ik daardoor ineens besefte dat ik wielrenner wilde worden, want ook toen ik nog voetbalde zei ik al dat ik wilde koersen.

Nog altijd de grootste zege van Vanmarcke: Omloop Het Nieuwsblad 2012

Het is niet voor niets dat Vanmarcke samen met zijn broer Ken op het veldje naast zijn huis dagen achtereen in de rondte crosst. Als kind vindt Vanmarcke het al machtig mooi om op technisch uitdagende parkoersen te fietsen. Veldrijden valt in de smaak, maar de thuissituatie beslist anders. De financiële middelen om een crossfiets aan te schaffen zijn er simpelweg niet. “Ik groeide op in een gezin met vijf kinderen, die bovendien allemaal koersten. Mijn vader was kostwinnaar en mijn moeder zorgde voor ons. We reden op de weg al op oude fietsen. Ik crosste weleens en vond het ook leuk om te doen, maar dat was op geleend materiaal van vrienden van mijn vader. Dat maakte het lastig om mooie resultaten te boeken.

Onoverzichtelijk koersverloop

De kasseien van Roubaix zijn dan nog lang niet aan de orde, want de eerste keer dat hij op de middeleeuwse landweggetjes in het noorden van Frankrijk rijdt, is de donderdag voor zijn eerste deelname. Dikwijls wordt er gefluisterd dat geen renner geniet van het rijden op kasseien, behalve Vanmarcke. Hijzelf wil er echter niet aan dat er verder geen renner is die het leuk vindt om over de kasseien te vliegen. “Ikzelf heb er in ieder geval zeker geen hekel aan, want ik heb een goede feeling met de keien. Dat is het belangrijkste, al is het hebben van genoeg massa ook handig. Maar er zijn ook lichte mannetjes die goed over kasseien kunnen rijden. Mijn broer Ken, die nu ploegleider is bij EF Education First, verafschuwde het, maar ik hou er juist van. Hij zei altijd dat hij iedere kei kon tellen, terwijl ik er bij wijze van spreken overheen vloog. Of je het kunt leren? Het is vast te trainen, maar ik heb er altijd al gevoel voor gehad. Dat heb ik van mijn vader Jozef, want die had dezelfde feeling toen hij nog koerste.

"De feeling voor kasseien heb ik van mijn vader Jozef."

Vanaf de week van Omloop Het Nieuwsblad speelt het voorjaarsgevoel op bij Vanmarcke. Of hij nou wil of niet, want als Belg kan hij het verlangen naar de voorjaarskoersen niet ontlopen. Ter voorbereiding van de koersen zet hij de editie van het voorgaande jaar nog eens op. Het zorgt voor motivatie tijdens de eentonige training op de rollen en bovendien steekt hij er qua tactiek het nodige van op. “Ik doe het niet zozeer om het voorjaarsgevoel aan te wakkeren, maar meer om mijn geheugen op te frissen. Soms kijk ik de hele koers, soms alleen de finale. Dat is afhankelijk van de lengte van mijn training. Het is interessant te zien wat voor keuzes bepaalde renners maken, want tijdens de koers ben je volledig in je focus. Terwijl er zoveel om je heen gebeurt.

Het koersverloop in het voorjaar is flink veranderd sinds het stoppen van Tom Boonen en Fabian Cancellara, zo stelt Vanmarcke. In hun jaren wordt alles afgestemd op hun koerstactiek, terwijl het tegenwoordig mode is om de koers met meerdere kopmannen aan te vatten. Het welbekende recept van Deceuninck-Quick Step wordt komende jaargang bijvoorbeeld gekopieerd door Jumbo-Visma, dat een overtalsituatie hoopt te creëren in de finale. “Vroeger was het koersverloop makkelijker te doorgronden. Ik stemde mijn koers af op Boonen en Cancellara. Er waren twee opties: je moest of eerder dan hun weg zijn en vervolgens aanhaken of je moest ze volgen als ze demarreerden. Dat was niet makkelijk, maar wel overzichtelijker. Er is nu een groep van vijftien renners die denkt te kunnen winnen. Je kunt je koers veel minder op één persoon afstemmen.

Teamflow

Het is dan ook verleidelijk te denken dat je enkel nog kunt winnen met een ijzersterk team om je heen. EF Education First wordt niet direct gezien tot de allerbeste kasseienteams, maar Vanmarcke vertrouwt blind op zijn teamgenoten. Om mee te spelen in de finale, maar ook om eventuele herstelwerkzaamheden voor hem te verrichten. “We gaan ons mannetje staan in het voorjaar. Ik zal normaalgesproken goed zijn, terwijl ook Sebastian Langeveld al heeft laten zien in goede vorm uit de winter te zijn gekomen. Taylor Phinney werd vorig seizoen achtste in Roubaix en richt zich dit jaar weer op die koers. Julius van den Berg was in de jeugd goed op kasseien en ook minder bekende namen als Tom Scully en Mitchell Docker zijn sterk. We hopen met minstens drie man in de finale te komen, zodat we van elkaar kunnen profiteren.

Nipt twee in Parijs-Roubaix 2013

Er is dan ook reden tot optimisme, want de Amerikaanse ploeg is dit seizoen begonnen met etappezeges in de Herald Sun Tour van Daniel McLay en Michael Woods, een tijdritzege van Daniel Felipe Martinez op het Colombiaans kampioenschap en een ritoverwinning van Vanmarcke zelf in de Tour du Haut Var. Eind februari boekte de roze equipe al vijf overwinningen. Ter vergelijking: in 2018 werd de vijfde zege pas geboekt door Clarke in de Vuelta a España.

We zitten in een goede flow als team zijnde. Iedereen is hongerig en goede prestaties van ploeggenoten motiveren de rest van het team. Ik stond te popelen om aan mijn seizoen te beginnen op het moment dat ik de resultaten van mijn teamgenoten zag. Het verschilt per periode, maar in de groepsapp sturen we bij goede prestaties berichtjes naar elkaar. Hoewel ik iemand als Woods niet veel zie bij koersen, houd ik daardoor toch contact. De meest actieve renner is Alex Howes, die reageert haast op elk bericht, haha.

Peter Schep

Na het minder verlopen 2018 is er door het management voor gekozen het een en ander te veranderen qua training. De ploeg wil sinds dit seizoen dat hun renners met een coach van het team werken. Vanmarcke had jarenlang een eigen trainer, maar valt sinds dit seizoen onder de hoede van Peter Schep, de Nederlandse ex-baanwielrenner die in 2006 wereldkampioen puntenkoers werd. “Laat ik benadrukken dat ik heel tevreden was met mijn vorige trainer. Maar de ploeg wilde het anders aanpakken, waardoor verschillende renners uit de ploeg van trainer moesten wisselen. De samenwerking met Schep bevalt goed. Ik merkte direct dat hij veel kennis heeft van het trainerschap. Uiteindelijk verschillen trainers desondanks niet veel van elkaar, enkel op details. Dit was voor mij een ideaal moment om eens een andere prikkel te krijgen in mijn carrière.

"Ik merkte direct dat Peter Schep veel kennis heeft van het trainerschap."

Vooral de goede tijdritten in Colombia, Ster van Bessèges en Tour de la Provence vallen op, ook Vanmarcke rijdt zich in beide Franse koersen naar een knappe top-10 notering in de race tegen de klok. “Dat komt mede doordat de focus op tijdrijden weer terug is in de ploeg en die is wel een tijdje weggeweest. Bovendien is iedereen conditioneel in orde. Zelf heb ik ook een goede winter gehad. Na het seizoen ben ik met mijn vrouw een aantal dagen naar Stockholm geweest, maar heb ik vooral genoten van het thuis zijn. In de winter is alles over het algemeen gegaan zoals ik wilde. Al ben ik een keer ziek geweest. Dat schaadt even, maar daar heeft iedereen wel een keer last van in de aanloop naar de klassiekers.

Die aanloop is dit seizoen anders dan in 2018 voor Vanmarcke. Na Omloop Het Nieuwsblad laat hij Kuurne-Brussel-Kuurne en Strade Bianche links liggen. Hij hoopt daardoor frisser aan de start te staan van de andere koersen. “Kuurne eindigt vrijwel altijd in een massasprint en Strade Bianche is nu een aantal keer misgelopen. Die koers zou haalbare kaart moeten zijn, maar dan moet alles wel meezitten. Dit was een voorstel van de ploeg en daar kon ik me in vinden. Het moet me fysiek extra procentjes geven in de klassiekers. Mentaal ben ik al flink gegroeid de laatste jaren. Ik maakte tot twee jaar terug fouten doordat ik te graag wilde. Ik verloor weleens de helderheid van geest. Nu ik meer ervaring heb, is dat beter geworden. Hopelijk leiden die ontwikkelingen dit jaar tot het laatste puzzelstukje voor een mooie zege in het voorjaar.