Door: Tim de Vries Fotografie: Cor Vos
Giro d'Italia
4

Giro d'Italia: Dumoulin verliest 22 seconden op winnende rozetruidrager

Simon Yates heeft zijn klassementsambities kracht bij gezet door te winnen op Gran Sasso d'Italia. Op de lange slotklim kwam Tom Dumoulin 12 seconden na de zegevierende Brit over de meet. Chris Froome verloor meer dan een minuut.

De maximale voorsprong van het veertienkoppige vluchterscollectief op het peloton met daarin alle favorieten bedroeg dik acht minuten. Vrijwel direct na de start vanuit Pesco Sannita gingen ze al op avontuur. Gianluca Brambilla en Laurent Didier gaven acte de presence namens Trek-Segafredo), Giovanni Visconti en Manuele Boaro zaten erbij namens Bahrain Merida. Fausto Masnada en Davide Ballerini zorgden ervoor dat Androni Sidermec Bottecchia voor de achtste opeenvolgende dag in de vlucht zat. 

Verder van de partij? Hugh Carthy (EF Education First-Drapac p/b Cannondale), Mikaël Chérel (AG2R La Mondiale), Cesare Benedetti (Bora-Hansgrohe), Simone Andreeta (Bardiani-CSF), Natnaël Berhane (Dimension Data), Maxim Belkov (Katusha Alpecin), Alex Turrin (Willier Triestina - Selle Italia) en de winnaar van de vierde etappe; Tim Wellens (Lotto-Fix All).

Tim Wellens was één van de aanvallers.

Jury steekt stokje voor herenakkoord

Op de eerste gecategoriseerde berg van de dag gingen Masnada, Ballerini en Berhane vanuit de kopgroep voor de bergpunten. Het drietal had blijkbaar een afspraak gemaakt wie als eerste boven mocht komen op de beklimming van de Roccaraso, want toen Masnada vlak voor de top kreeg af te rekenen met kettingproblemen duwde Ballerini hem naar de 15 punten. Berhane hield zijn benen stil en nam genoegen met de tweede plek.

De wedstrijdjury kon het gebaar trouwens niet waarderen: de 24-jarige Italiaan werd teruggezet naar plaats zes op de berg en derhalve kreeg Berhane de volle buit. Op de Calascio reed Masnada wel op reglementaire wijze naar de eerste plaats. En ook bij de twee tussenliggende tussensprint ging de equipe van Gianni Savio twee keer met de hoofdprijs lopen. Ballerini kwam beide malen als eerste over de streep.

Astana geeft gas

De Astana-ploeg was net voor de voet van de Calascio, de facto het begin van de slotklim, begonnen met rijden voor kopman Miguel Ángel López. Richting Albergo di Campo Imperatore, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog Benito Mussolini enige tijd gevangen werd gehouden, vlogen de minuten er in rap tempo af. Aan het begin van de officiële klim naar de eindstreep was de voorgift al gehalveerd. 

Masnada wist zich op de Montagna Pantani los te maken van zijn vluchtmakkers, waar Tim Wellens en vele anderen al uit waren gelost. Alleen ging hij op jacht naar meer bergpunten de zegebloemen en de eeuwige roem. In de lastige slotkilometers gaf de naar Fausto Coppi vernoemde klimmer uit Bergamo alles, maar het mocht niet baten. De andere vluchters waren toen al opgeraapt.

Yates wint sprint, Dumoulin zakt in klassement

Giulio Ciccone ging op de pedalen staan op het moment dat Masnada bij de lurven werd gevat. De Italiaan van Bardiani-CSF probeerde het nog een aantal keer in de lastige laatste kilometers, maar de ritzege werd hem niet gegund. Die werd namelijk opgeëist door Simon Yates. Hij timede zijn inspanning vanuit het wiel van Thibaut Pinot perfect en haalde het met overmacht.

Achter Pinot werd Yates' ploeggenoot Esteban Chaves de nummer drie in de daguitslag. Het was even wachten op de finish van Tom Dumoulin, die in de laatste hectometers de voorste groep moest laten gaan. De titelverdediger zakt daardoor een plaatsje in het klassement. Dumoulin bereikt de tweede rustdag met 38 seconden achterstand op de klassementsleider.

Froome en Aru zakken erdoor

Het tijdverlies van Dumoulin was klein bier vergeleken met dat van Chris Froome en Fabio Aru. Bij de Brit, die voorlopig nog geen al te gelukkige Giro rijdt, was de puf er in de voorlaatste kilometer uit. Tussen de sneeuwmuren werd Froome door Yates en co. op 1'07" gereden. UAE Team Emirates-kopman Aru had nog zeven tellen meer nodig voor de klim naar 2135 meter hoogte. De twee lijken de eindwinst al na de eerste Giro-week op hun buik te kunnen schrijven.