Verona 1999: Het WK dat Vandenbroucke niet kon verliezen
Premium

Verona 1999: Het WK dat Vandenbroucke niet kon verliezen

In 1999 voelde Frank Vandenbroucke de pedalen niet. Hij reed een dijk van een voorjaar met absoluut hoogtepunt natuurlijk de overwinning in Luik-Bastenaken-Luik, waar voor de tegenstand slechts een figurantenrol restte. Samen met Jan Ullrich en Michael Boogerd was hij topfavoriet voor het WK dat jaar. Het liep allemaal anders.

1999, het wonderjaar van Frank Vandenbroucke. Omloop het Volk, Bartoli vernederen op La Redoute, zoals aangekondigd iedereen lossen en solo winnen in Luik. En dan die Vuelta. Vlinders in de buik en dynamiet in de benen. Alles voor Sarah, het meisje op wie hij verliefd was geworden. We gaan het verhaal van die Vuelta niet opnieuw in detail vertellen, maar het moge duidelijk zijn: Frank Vandenbroucke ging het WK winnen. Natuurlijk waren er ook andere favorieten. Jan Ullrich, Francesco Casagrande, Michael Boogerd. Toch zou niemand VDB zijn wiel kunnen houden wanneer hij aanging op de Torricelle, zo was de overtuiging van Vandenbroucke zelf. Voor de start twijfelde hij lang of hij zijn gele of grijze fietsbril op zou zetten. Het werd de grijze, die legde hij klaar in de auto van bondscoach José de Cauwer. “Ik kom hem wel afhalen wanneer ik de laatste twee ronden alleen op kop rijd.”

Allemaal in dienst van VDB

'Ze reden voor mij, want ze wisten dat ze zelf niet konden winnen'

Frank Vandenbroucke

De Belgen hadden daarnaast een ijzersterke ploeg. Volgens Vandenbroucke de beste Belgische WK-ploeg van de laatste tien jaar, verklaarde hij in 2004 aan Het Nieuwsblad: “Met Museeuw, Tchmil en Van Petegem. Ze reden voor mij, want ze wisten dat ze zelf niet konden winnen. Peter en Johan reden wel een gat dicht, maar vooral Farazijn, Wauters, Bruylandts en Maten streden als leeuwen voor mij. Ik was na de Vuelta de grote favoriet, samen met Jan Ullrich.” Toch ging het in het begin van de wedstrijd al mis, want Vandenbroucke komt ten val. Op het oog een onschuldige val, ogenschijnlijk zonder gevolgen, want de Belgische kopman krabbelt meteen weer op en vervolgt zijn weg. Toch zit het niet goed, want VDB blijkt een een botje in zijn hand te hebben gebroken. Met een pols die steeds dikker wordt probeert hij er het beste van te maken. 

“Die dag stond er werkelijk geen maat op mij. Het is natuurlijk praat achteraf, maar breek ik vroeg in de wedstrijd niet mijn twee polsen, dan win ik. Ik was zo gefocust op de regenboogtrui dat ik de pijn niet voelde”, vervolgde Vandenbroucke in 2004. “Met het uur deed het meer pijn, maar ik was zo goed dat ik verder mee de wedstrijd maakte. Val ik niet, dan trekken we met Ullrich, Casagrande en ik naar de streep. Na elke bocht verloor ik twintig meter, ik kon niet meer aan mijn stuur trekken. En toch zat ik in de beslissende vlucht.”

Voordat die beslissende vlucht tot stand komt gebeurt er natuurlijk wel het één en ander. Het is Andrea Tafi die de debatten opent. Hij krijgt onder meer Alex Zülle en Christophe Moreau mee. Namens de Belgen bewaakt Dave Bruylandts deze vlucht. Vervolgens slaan Camenzind en Casagrande een gaatje. Daarachter rijden de Belgen in slagorde voor Frank Vandenbroucke. Op goed 30 kilometer rijden er zes renners voor de grote meute uit. Daarbij zitten Zülle, Camenzind en onze landgenoot Maarten den Bakker. De Belgen mennen nog steeds het peloton en trekken overduidelijk de kaart Vandenbroucke.

Vandenbroucke monstert de gezichtsuitdrukking bij Michael Boogerd

Nederlandse topfavoriet: Michael Boogerd

Voor Nederland zijn er op dat moment nog maar twee renners echt in koers. De al genoemde Maarten den Bakker en Michael Boogerd. Net als VDB reed Boogie in 1999 met superbenen rond. Zo won hij in het voorjaar al Parijs-Nice en de Amstel Gold Race. “En ik won in de weken voor het WK ook nog twee zware eendagskoersen in Italië; de Ronde van Emilia en Milaan-Vignola,” vertelt Boogerd. “Samen met Vandenbroucke en Ullrich was ik wel topfavoriet. Alleen had ik de weken ervoor heel veel gekoerst. Ik reed in Italië de Copa Sabatini, Emilia en Milaan-Vignola. Daarna nog de Giro di Lucca, die 4 dagen duurt. En omdat ik tweede stond in de Wereldbeker moest ik voor het WK Parijs-Tours ook nog rijden. Dat was gewoon teveel van het goede. Achteraf gezien had ik mijn top al twee weken voor het WK gehad. Ontzettend jammer natuurlijk, want ik had die top natuurlijk op het WK gepland. Ik heb gewoon teveel gekoerst. Dat zou in deze tijd niet meer mogelijk zijn en toen eigenlijk ook niet. Spijtig, want ik had m’n zinnen wel op dat WK gezet. Het parkoers lag me en ik had echt een topjaar achter de rug.”

'Samen met Vandenbroucke en Ullrich was ik wel topfavoriet'

Michael Boogerd
Jan Ullrich met in zijn zog Francesco Casagrande

Krampen nekken Boogerd

Op de voorlaatste beklimming van de Torricelle gooit Jan Ullrich de knuppel in het hoenderhok. Hij sluit met onder meer Casagrande, Konychev, Markus Zberg, Boogerd, Freire en Vandenbroucke aan bij de koplopers. Die laatste verbijt de pijn en trekt stevig door. Zittend, want op de pedalen staan en aan het stuur trekken gaat dankzij de gekwetste polsen niet meer. De tegenstand kraakt even, maar breekt niet. Zittend op zijn zadel kan Vandenbroucke simpelweg het verschil niet maken. Zo rijden elf renners de laatste keer de Torricelle op. De nieuwe wereldkampioen zit in deze groep, zoveel is wel duidelijk. Daarom wordt er naar elkaar geloerd en niemand wil zijn kaarten te vroeg op tafel gooien. Totdat de Fransman Robin aangaat, Ullrich reageert en deze versnelling wordt Boogerd te machtig. Krampen. “Op de laatste klim kreeg ik een beetje kramp inderdaad. Ik zat tot dat punt mee en we waren met een sterke groep weg. Ik moest eerder in de koers al een paar keer reageren op Frank Vandenbroucke. In de voorlaatste ronde reed ik een gat op hem toe. De laatste ronde was er teveel aan, want ik heb in de koers een beetje teveel moeten doen. We waren op dat moment nog maar met twee Nederlands in koers, de rest lag eraf. Op dat moment hadden we te weinig steun en moesten we dingen zelf oplossen. Dat moesten we vervolgens diep in de finale bekopen.”

Schrik voor Vandenbroucke had Boogerd niet. “Maar ik hield wel rekening met hem. Ik was nooit bang voor andere renners. Vandenbroucke klopte me wel in Luik, maar toen ging ik zelf ook gewoon aan. Ik ging altijd van mezelf uit en hield nooit rekening met een ander. Natuurlijk wel met respect naar m’n tegenstanders, maar ik wist ook dat ik hem op een goede dag kon kloppen.”

Krampen nekten Michael Boogerd

Gerommel in de Nederlandse selectie

In aanloop naar het WK rommelde het een beetje in de Nederlandse selectie. Erik Dekker had een te hoog hematocrietgehalte en mocht niet starten. Daarnaast was er een discussie over de selectie aldus Boogerd: “Dekker reed goed in die periode, maar hij was al naar huis. Marc Lotz had me goed geholpen in het begin, maar die was op een gegeven moment ook wel klaar. Voor de rest waren renners als Blijlevens en Knaven mee, maar het was geen parkoers voor hen. Het was gewoon te zwaar bergop. Ik vond het ook dusdanig zwaar dat ik wel een paar renners van Rabobank meewilde. Er was wat discussie over de hoeveel renners van Rabo en TVM meegingen. Ik vond dat bepaalde renners daar niks te zoeken hadden, juist omdat het zo zwaar was. Dat liep niet lekker in de aanloop naar de wedstrijd en dat was ook een beetje vervelend. Kneet (toenmalig bondscoach Gerrie Knetemann, red.) wilde de kerk een wat in het midden houden om iedereen tevreden te houden. Ik keek alleen naar mijn eigen belang natuurlijk en wilde gewoon de beste klimmers meehebben.”

Freire, de onbekende Spanjaard

Het WK van 1999 was een zware en beklijvende koers, waar vroeg en veel werd aangevallen. Boogerd heeft dan al geen ploeggenoten bij zich die voor hem een gat kunnen dichten. Hierdoor moet hij zelf al op 60 kilometer voor de finish uit zijn pijp komen. Veel te vroeg wanneer je een doorslaggevende rol in de finale wil spelen, laat staan de koers wil winnen. Dus stort een groep van negen renners, zonder Nederlanders, zich voor de laatste keer de afdaling naar Verona in. Het is op dat moment nog acht kilometer te rijden en Frank Vandenbroucke begint de afdaling op kop. Zal het hem dan toch gaan lukken? 

Met nog minder dan drie kilometer te rijden is het Casagrande die aanvalt. De Italiaan moet wel, want in een sprint is hij kansloos. Hij krijgt echter geen ruimte. Ook een uitval van Camenzind en Freire houdt niet stand. De rode vod is inmiddels gepasseerd en de negen koplopers maken zich klaar voor een sprint. Kan Vandenbroucke nog wat uithalen, ondanks zijn kwetsuren? De renners kijken naar elkaar en slingeren naar de linkerkant van de weg. Op eentje na: Oscar Freire. Hij gebruikt de rechterkant van de weg om zichzelf te lanceren. Nog 700 meter en hij gooit al zijn kaarten op tafel. Het blijkt de beslissende move te zijn, want de rest is niet meer bij machte om de kleine Spanjaard te achterhalen. Ze komen te laat. Markus Zberg wint de sprint van de achtervolgers, voor Jean-Cyril Robin.

Oscar Freire speelde op de verrassing en won

Oscar Freire was de grote onbekende in de groep van negen renners die uiteindelijk voor de regenboogtrui zouden strijden. Eigenlijk kende niemand hem en vooraf was er bij de Spanjaarden ook geen vertrouwen op een goede afloop van het WK. Vedettes als Abraham Olano, Fernando Escartin en José-Maria Jiménez waren afwezig, waardoor de Spanjaarden eigenlijk louter outsiders waren. Voor dat bewuste WK stond er welgeteld één zege op het palmares van de toen 23-jarige Freire, een rit in de Ronde van Castilië en León. Een ‘Harm Ottenbros-scenario’ dreigde, maar dat bleek al snel mee te vallen, want Freire werd nog tweemaal wereldkampioen: in 2001 in Lissabon en in 2004, wederom in Verona. Daarnaast won hij onder meer driemaal Milaan-San Remo, Parijs-Tours, Gent-Wevelgem, Tirreno-Adriatico, driemaal de Brabantse Pijl, 7 etappes in de Vuelta, 4 Touretappes en éénmaal de groene trui. 

Hij stond bekend als een veelzijdig en getalenteerd coureur, die maar weinig training nodig had om in vorm te geraken. Dat bleek overigens in 1999 al, toen hij maar net op tijd voor het WK was hersteld van een knieoperatie. Juist de afwezigheid van de Spaanse toppers zorgde ervoor dat Freire geselecteerd werd. Het had waarschijnlijk zo moeten zijn, want het WK in 1999 werd zijn grote doorbraak. 

Oscar Freire, toen nog een nobele onbekende

Superbenen, geen topklassering

Frank Vandenbroucke voelde al snel dat er, ondanks zijn superbenen, geen topklassering in zat. Hij werd zevende. De pijn aan zijn polsen belette hem om vol aan het stuur te trekken. Dat laatste is een voorwaarde bij een demarrage en laat staan bij het sprinten. “Er zat niks meer in dan die zevende plaats, echt waar.” verklaarde VDB na afloop aan Het Belang van Limburg, “Op twee ronden van het einde zette ik in de klim nog even vol aan. Voor de andere renners was het meteen kreunen geblazen. Maar probeer die inspanning maar eens vol te houden als je niet aan je stuur kan trekken. Ondanks al die narigheid zat ik nadien toch mee met de goeie vlucht, puur op wilskracht. Je blijft al die tijd, misschien tegen beter weten in, toch hopen op een goede afloop. Je verbijt de pijn, probeert moraal te putten uit het feit dat je, ondanks alles, toch snedig fietst. In de laatste rechte lijn merk je dan dat spurten twéé perfect functionerende handen vereist. Afmaken was er niet bij, dat blijf ik eeuwig zonde vinden.”

'Je blijft al die tijd, misschien tegen beter weten in, toch hopen op een goede afloop'

Frank Vandenbroucke
De sprint der geklopten

Kijk het WK van 1999 terug:

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Wieler Revue thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws