Vergeten renner: Romans Vainsteins
Premium

Vergeten renner: Romans Vainsteins

Het is 15 oktober 2000. Het wielerjaar is bijna ten einde wanneer de beroepsrenners ergens in Bretagne, op het parkoers van de GP Plouay hun rondjes rijden. Niet om die GP Plouay te winnen, want die koers werd dat jaar in juli al verreden en door Michele Bartoli gewonnen.

Nee, in oktober staat er in Bretagne iets veel belangrijkers op het spel: de allereerste regenboogtrui van dit millenium.  Het parkoers van GP Plouay, tegenwoordig bekend als de Bretagne Classic, is geen zware koers. Maar een WK is een WK en daar gebeuren altijd rare dingen. Bartoli was één van de favorieten. Natuurlijk was Bartoli favoriet. Hij en Andrei Tchmil werden vooraf tot grootste kanshebbers gebombardeerd. Temeer omdat de Italianen en Belgen traditiegetrouw over een sterk blok beschikten. Daarnaast waren er de Polen die de halve koers op kop reden omdat ze vertrouwden op de sprint van Zbigniew Spruch (over vergeten renners gesproken!). De Spaanse armada vond het allemaal prima en gokte op de sprint van Oscar Freire, de regerend wereldkampioen. 

Alle ingrediënten voor een saai WK waren aanwezig. 

Een beklijvend WK werd het ook niet, maar het was op een zekere manier wel interessant want Romans Vainsteins liet ons zien hoe je een WK kunt winnen wanneer je geen favoriet bent. Wat hij deed? Gebruik maken van de onderlinge rivaliteit van de grote machtsblokken en op het juiste moment met de geldbuidel rinkelen. In de finale vallen onder meer Bartoli, Francesco Casagrande en Axel Merckx aan, maar het is uiteindelijk Andrei Tchmil die onder de rode vod een beslissend gat lijkt te slaan. Lijkt inderdaad, want ineens zet de Litouwer Raimondas Rumsas zich op kop om het gat dicht te rijden. Dat lukt en Vainsteins sprint vervolgens naar de wereldtitel. Voor Spruch en Freire.

Hoe heeft deze combine tussen een Let en een Litouwer kunnen ontstaan? Voor het antwoord op die vraag moeten we naar Patrick Lefevere wijzen, die niet geheel toevallig het jaar daarop de ploegleider van Vainsteins werd. De Let voelde zich daags voor het WK alleen, want hij wist dat hij tijdens de koers snel zonder ploeggenoten kwam te zitten. Hij had dan wel twee andere Letten bij zich, maar die zouden geen rol gaan spelen in de finale. De sluwe Lefevere wist dat Rumsas in hetzelfde schuitje zat en tipte Vainsteins dat de Litouwer hem best van dienst wilde zijn, mits daar wat tegenover stond natuurlijk. En zo geschiedde.

Aan zijn regenboogtrui heeft Vainsteins niet veel plezier beleefd. De vloek van de regenboogtrui, weet u wel? In 2001 won hij als wereldkampioen onder meer een rit in de Tirreno-Adriatico en werd hij derde in zowel Milaan-Sanremo en Parijs-Roubaix. Prima resultaten natuurlijk, maar die echte uitschieter zat er niet meer tussen. De jaren erop gaven hetzelfde beeld, waardoor Vainsteins eind 2004 zijn fiets noodgedwongen aan de wilgen moest hangen. Voormalig wereldkampioen of niet, geen enkele ploeg was in zijn diensten geïnteresseerd.

Wanneer je Vainsteins een krabber of een matige renner zou noemen, zou je hem beslist oneer aandoen. Immers, op het podium eindigen in drie verschillende monumenten is weinigen gegeven. Hij is geen groot kampioen, maar omdat hij die dag de leepste en de snelste was, was hij wel de terechte wereldkampioen. Hij zocht een grijs gebied op en daarmee liet hij zien dat wielrennen veel meer is dan alleen hard fietsen. 

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Wieler Revue thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws