Retro | Tour de France '97: Keizer Jan
Premium

Retro | Tour de France '97: Keizer Jan

21 jaar geleden won Jan Ullrich zijn eerste en enige Tour de France. Wat ging er daarna mis met Der Jan? Arne Temmerman schreef in 2017 een heerlijk verhaal over Der Jan en die Tourzege in 1997.

Juli 1997. Bij aanvang van de 84e Tour de France staan alle schijnwerpers op Team Telekom. De Duitse formatie heeft met Bjarne Riis de uittredende Tourwinnaar in zijn rangen. Daarnaast staan ook Erik Zabel en Jan Ullrich aan de start. Vooral die laatste is een interessante naam. Bij zijn eerste Tourdeelname een jaar eerder eindigt de Oost-Duitser als 22-jarige meteen als tweede. Hoewel Riis verklaart dat Ullrich start als zijn eerste luitenant, hebben ze bij Telekom een ander idee. “Ullrich stond na zijn prestatie in 1996 op gelijke hoogte met Riis,” zegt Rudy Pevenage, destijds ploegleider van Telekom. “Jan had mooie dingen laten zien en was bovendien een stuk jonger dan Bjarne.” Als Ullrich doorbreekt in 1996 krijgt Pevenage bij Telekom de opdracht om zich over hem te ontfermen. De Belg groeit uit tot de vertrouwensman van Ulle. In aanloop naar de Tour etaleert Ullrich zijn goede vorm. Hij wint een rit en wordt derde in de Ronde van Zwitserland. Als kers op de taart wordt hij Duits kampioen. In de schaduw van Riis lijkt hij klaar voor een spetterende Ronde van Frankrijk.

Valpartijen

Terug naar 1997. De eerste Tourweek staat in het teken van de vele valpartijen. Alex Zülle, Tony Rominger, Ivan Gotti, Jevgeni Berzin: allemaal moeten ze de Tour verlaten voordat er nog maar één meter bergop is gereden. De Tour de France wordt prompt omgedoopt tot Tour de Chute (vrij vertaald: Tour van de val). Ullrich kan zich - ondanks alles - goed handhaven en raakt nooit betrokken bij een valpartij. Volgens Pevenage was dat geen toeval. “Ullrich werd in de vlakke ritten bijgestaan door Giovanni Lombardi,” zegt hij. “Een uitstekende piloot die veel ervaring had in de sprint. Daardoor verspilde hij weinig energie door vooraan in het peloton te zitten.”

Voor het algemeen klassement is de eerste Tourweek, zoals zo vaak, een maat voor niets. De zwaardere etappes kondigen zich vooral aan in de tweede en derde week. Cédric Vasseur draagt de gele trui na een succesvolle ontsnapping in de vijfde etappe. In het algemene klassement heeft de Fransman twee minuten en 17 seconden voorsprong. In etappe negen, op Quatorze Juillet zijn de klimmers eindelijk aan het woord. Richard Virenque wil gaan voor een vierde bergprijs en misschien wel een eerste keer geel. Hij valt aan in de laatste kilometer van de Col de Val Lauran-Azet. Ullrich pikt aan, net als Pantani. In de achtergrond toont Riis een eerste moment van zwakte, de titelverdediger zit al ruim een halve minuut achter de groep Ullrich. Riis beschikt niet over de soepelheid, de kracht en de glans van het jaar ervoor. Laurent Brochard gaat in het slot nog over Virenque en wint de rit. Ullrich eindigt als vierde. In het klassement staat Der Jan nog 13 seconden achter geletruidrager Vasseur.

Legendarische rit naar Arcalis

Voor het algemeen klassement wordt het een vierstrijd tussen Virenque, Pantani, Riis en Ullrich. Bij Telekom laten ze naar de buitenwereld uitschijnen dat Riis nog altijd de onbetwiste kopman is. Binnen het team staat Ullrich in werkelijkheid al iets boven de renner uit het Deense Herning. Door te communiceren dat Riis nog steeds de kopman is, kunnen ze de druk op de jonge Ullrich enigszins afhouden. Ullrich zelf speelt het spelletje ook voorbeeldig mee. “Onze kopman heet Bjarne Riis,” zegt hij. “Het is mijn taak om hem zo goed mogelijk te ondersteunen in het hooggebergte. Als me dat lukt, behaal ik automatisch een goed klassement.”

Dat klassement zou in de tiende etappe weleens volledig door elkaar geschud kunnen worden. Er wachten onderweg zes gecategoriseerde cols en na 251 kilometer eindigt de rit in Andorra/Arcalis op 2200 meter hoogte. Onderweg gebeurt er niet bijzonder veel. Het is wachten tot de slotklim naar Arcalis. Ullrich heeft goede benen en gaat aan de voet nog even langs bij mede-kopman Riis. De Duitse kampioen hoopt vurig op een slechte dag van de kale Deen en informeert naar diens benen. “Als je sterk genoeg bent, ga dan nú,” zegt Riis. Nadat ook ploegleider Walter Godefroot zijn goedkeuring heeft gegeven, valt Ullrich aan op iets meer dan 10 kilometer van de top. Wat volgt is een regelrechte krachtexplosie. De manier waarop Ullrich demarreert doet menig mond openvallen. Ook die van Sporza-commentator Michel Wuyts. “Het is een moment dat ik nooit vergeet,” zegt hij. “Het was aan een schuurtje

in een flauwe bocht. Op het rechte stuk dat erop volgde nam Ullrich zowaar de guidon vanonder. Dat was onuitgegeven. Dat hadden wij nog niet gezien, iemand die als een sprinter de cols besteeg. Dat was straf.” 

Ullrich rijdt met een ongelooflijke souplesse rond. In de achtergrond slaan Marco Pantani en Richard Virenque de handen in elkaar, maar ze komen niet dichterbij. Integendeel. In de laatste kilometer zet Ullrich de twee berggeiten op een achterstand van meer dan een minuut. Ullrich gaat in de laatste meters volledig kapot, maar verliest daarbij nooit zijn elegantie. Der Jan wint op Arcalis en pakt voor het eerst in zijn nog jonge loopbaan de gele trui. Hij is de eerste Duitser in de gele trui sinds Klaus Peter Thaler in 1978. Bjarne Riis komt binnen op meer dan drie minuten, de machtsoverdracht binnen Team Telekom is nu definitief een feit.

Ullrichmania

15 juli 1997, het is de dag waarop het leven van Ullrich voorgoed verandert. Na Arcalis barst er een heuse Ullrichmania los in Duitsland. De Duitsers (her)ontdekken de Tour de France. Ullrich oogst ook ontzag ver buiten de eigen landsgrenzen. Vijfvoudig Tourwinnaar Bernard Hinault kan zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken steken. “Deze kerel gaat de komende tien jaar de Tour winnen!” voorspelt hij. Ook bij de vaderlandse journalisten maakt de zege van Ullrich iets los. “Er kwamen opeens 500 Duitse reporters bij,” herinnert Michel Wuyts zich. “Vóór Arcalis was het nog mogelijk om een straatinterview te doen met Ullrich. Ná Arcalis was dat uitgesloten.” Gaby, de vriendin van de nieuwe koning van het Duitse wielrennen, heeft de wedstrijd op televisie gevolgd. Na afloop wordt haar huis in het Zwarte Woud omsingeld door dorpsgenoten. Op de avond van die 15e juli belt Ullrich al naar vriendin Gaby, met de melding dat hij bang werd van de hectische toestanden na de aankomst. “Jan had het daar inderdaad, zeker in het begin, zeer lastig mee”, verklaart Pevenage. “Van ’s morgens tot ’s avonds werd hij benaderd voor interviews. Vanuit de ploeg probeerden we dit op te lossen door een persconferentie te geven na elke rit.”

Na Arcalis is er niet alleen de overweldigende belangstelling vanuit Duitsland, er is ook de factor Riis. De oud-tourwinnaar moet nu definitief tweede viool spelen. Verrassend genoeg gaat Riis daar goed mee om. “Bjarne heeft zich eigenlijk meteen ten dienste gesteld van Jan,” zegt Pevenage. “Hij zag dat ook absoluut niet als een probleem. Het hielp wel dat de twee bijzonder goed konden opschieten met elkaar.”

Ullrich in het geel tijdens de Tour van '97

Tweede tik 

Ullrich is in de zevende hemel met zijn maillot jaune. Op de rustdag in Saint-Etienne streelt hij het gele kleinood tientallen malen. Het is overigens geen toeval dat Ullrich uitpakt in een rit van 251 kilometer. De Duitser beschikt over een zelden gezien uithoudingsvermogen. De basis daarvan werd gelegd op internaat, eerst in Berlijn, daarna in Hamburg. Ullrich groeit op in de voormalige DDR, een plek waar discipline voorop staat. Peter Becker is Ullrichs trainer en legt hem een strak schema op. De ene helft van de dag spendeert hij aan studeren, de andere aan trainen. Niet per se fietsen, maar vooral andere sporten. Krachttraining, zwemmen, hardlopen: Ullrich bouwt er een stalen conditie en karakter mee op. Een conditie die zeker van pas kan komen in zijn volgende opdracht: een tijdrit van 55 kilometer naar Saint-Etienne over glooiende wegen. 

Op de rustdag vóór de tijdrit rijdt Ullrich met de hele ploeg over het parkoers. Telekom plant een fietswissel in op de top van de laatste beklimming. Ullrich zal overstappen van de gewone racefiets naar een bijzondere tijdritfiets voor op de vlakke wegen. De tijdrit is tot in de puntjes voorbereid. Op het einde van de rustdag neemt zijn masseur hem nog eens onder handen. Ullrich sukkelt haast meteen in slaap, vol zenuwachtig geluk.

Op het startpodium maakt de bijgelovige Ullrich zijn gebruikelijke kruisteken. Tijdens de tijdrit heeft Ulle meteen een goed gevoel. Dat gevoel wordt bevestigd door de chrono op de top van La Croix de Chaubouret. Ondanks de geplande fietswissel staat Ullrich er uitstekend voor. Hij heeft al enkele seconden gewonnen op tijdritspecialisten Olano en Boardman. Zijn concurrenten voor het klassement, Virenque en Pantani, volgen dan al op ruim een minuut. Ullrich krijgt helemaal een vertrouwensboost wanneer hij een tiental kilometer later plotseling een zwerm motoren nadert. Hij heeft Virenque te pakken die meer dan drie minuten voor hem is gestart. Ullrich wint de tijdrit naar Saint-Etienne met een kloof van meer dan drie minuten. Een grotere voorsprong dan tijdritspecialisten als Indurain of Anquetil ooit in Tourtijdritten boekten. In het klassement kijken zijn voornaamste concurrenten dan al tegen een achterstand van meer dan vijf minuten aan. We zitten op negen ritten van het einde, maar de Tourwinnaar lijkt al bekend te zijn.

Ullrich snelt Virenque voorbij in de tijdrit

Achterhoedegevecht

Saai wordt het echter nooit, met dank aan Richard Virenque en vooral dankzij Marco Pantani. De Italiaanse klimmer heeft als bijnaam Il Elefantino (het olifantje) vanwege zijn groot uitstaande oren. Zijn ietwat weemoedige blik heeft hij overgehouden aan zijn turbulente jeugd. Zo belandt Pantani als 16-jarig jongetje in coma na een botsing met een geparkeerde vrachtwagen. Eenmaal hersteld slaat hij in een afdaling tegen een auto en loopt hij meerdere breuken op. Kleine Marco lijkt niet voor het geluk geboren, maar zet door. In zijn beginjaren als prof komt de ommekeer wanneer hij in de ploeg belandt met Claudio Chiappucci. Een kampioen in de herfst van zijn carrière die hem het nodige vertrouwen schenkt. Chiappucci drukt Pantani op het hart dat hij moet klimmen in zijn eigen stijl: met korte, heftige demarrages op een klein verzet. Il Elefantino neemt de raad ter harte. Het maakt hem tot één van de meest spraakmakende klimmers uit de wielergeschiedenis.

In de bewuste Tour van 1997 vindt Pantani met aankomst op Alpe d’Huez een rit op zijn maat. En dat heeft Ullrich geweten. In de eerste Alpenrit test Pantani de benen van de gele trui meermaals, om hem daarna zelfs uit het wiel te rijden en solo aan te komen. De Italiaan zet met een tijd van 37 min en 35 seconden de snelste tijd ooit neer op Alpe d’Huez. Ullrich eindigt als tweede op een kleine minuut. Volgens Pevenage was er nooit paniek aan boord. Pevenage: “De marge met Pantani was groot genoeg.”

Toch kan het in de Tour op seconden aankomen. Denk maar aan de confrontatie tussen Fignon en Lemond in 1989. Het is een duel dat Ullrich zich nog levendig herinnert. Hij is op dat moment 15 jaar en zit op internaat in het strenge Oost-Duitsland. Ontspanning is nauwelijks aan de orde. Tegen de regels in stemt Ullrich op die bewuste 23 juli 1989 stiekem af op de westerse zender. Hij ziet hoe Lemond de Tour wint ten nadele van Fignon met een historische voorsprong van acht luttele seconden. Ullrich is op slag verkocht. De protagonisten van dat historische duel worden voortaan zijn favorieten. Fignon, de in zichzelf gekeerde Fransman, en Greg Lemond, de flamboyante Amerikaan.

Virenque, Pantani en Ullrich

Festina-klimtrein

In de 14de rit naar Courchevel wordt das Gelbe Trikot al vanaf de start onder vuur genomen. In opdracht van Richard Virenque heeft Festina zich op de Glandon, de eerste beklimming van de dag, op kop gezet. De Franse formatie pakt uit met een indrukwekkende klimtrein en houdt er een moordend tempo op na. Het peloton dunt razendsnel uit, zwakke klimmers moeten al snel laten lopen. Een nog jonge Michael Boogerd kan wel volgen en maakt indruk. “Het was een krankzinnige en ongelooflijk zware etappe,” zal Boogerd na die etappe tegen Wieler Revue zeggen.

In de afdaling van de Glandon heeft Virenque intussen zelf de kop genomen. De Fransman daalt als een speer en wint zienderogen terrein op zijn Duitse concurrent. Die laatste maakt de ene stuurfout na de andere en krijgt daarbovenop ook nog problemen met de ketting. Ullrich begint te wankelen. In de vallei houdt hij echter het hoofd koel en beseft dat het nog lang is. Vervolgens laat hij zich inlopen door de achtervolgende groep met daarin ook secondant Bjarne Riis.

De Deen sukkelt al de hele Tour met maagproblemen. Op de Franse televisie wordt zelfs gespeculeerd over mogelijke bronchitis. Onzin volgens Pevenage. Bronchitis of maagproblemen: in de rit naar Courchevel lijkt van beide geen sprake. Riis brengt Ullrich na de top van de Madeleine op eigen houtje terug naar Virenque. Uit dankbaarheid wil Ullrich hem de ritzege schenken, maar daar steekt Virenque een stokje voor. Virenque, de leider in het bergklassement, wint op Courchevel, in het spoor gevolgd door Ullrich.

“Quäl dich, du Sau!”

In de rit naar Morzine laat Pantani andermaal zien dat er met hem rekening moet worden gehouden worden in de toekomst. Op de Joux Plane fladdert hij weg en de anderen zien hem pas terug na de streep. Ullrich eindigt op een veilige derde plek in het kielzog van Virenque. De eindzege lijkt nu helemaal binnen voor Telekom. De zwaarste bergritten zitten erop, het gaat het er ontspannen aan toe in het Duitse kamp. Na de Alpen staat er alleen nog een bergachtige etappe naar Fribourg op het menu.

Ullrich komt veilig aan in Fribourg, maar krijgt plots te maken met ziekteverschijnselen. “Bij het aankomen in Fribourg werd Jan ’s avonds serieus ziek,” zegt Pevenage. “Hij had last van een allergische bronchitis. We deden er alles aan om hem op te lappen, maar toch verscheen hij de volgende dag behoorlijk ziek aan de start in Colmar.” 

Onderweg krijgen de renners onder andere de Grand Ballon voor de kiezen. Telekom houdt de ziekte van Ullrich bewust stil en begint aan de etappe alsof er niets aan de hand is. Virenque en Pantani lijken bloed te hebben geroken en trekken onmiddelijk ten aanval. Der Jan ziet af en moet de kopgroep laten rijden. Paniek in de ploegwagen van Telekom. Pevenage: “De schrik sloeg ons ondanks zijn veilige marge toch serieus om het lijf. Het werd enorm lastig voor Jan, hij had moeite met ademhalen.”

In de kopgroep is de Spaanse ploeg Banesto goed vertegenwoordigd, maar die ploeg weigert mee te werken. Niet toevallig, zo blijkt. Pevenage: “Er was niets afgesproken, maar er was wel sprake van een zekere samenwerking tussen ons en Banesto. De Spanjaarden hadden er geen baat bij om Ullrich in het verlies te rijden en je moet weten dat we toen ook hetzelfde fietsenmerk hadden (Pinarello, red.).” 

Ondanks het gebaar van Banesto staat Ullrich nog steeds op breken. Ploegmaat Udo Bölts rijdt in het gezelschap van Der Jan en pakt zijn kopman keihard aan: “Quäl dich, du Sau!” (“Martel jezelf, jij zwijn!”). Het zijn woorden voor in de geschiedenisboeken. Bölts zal later zelfs een boek uitbrengen onder die titel over zijn carrière. De woorden geven Ullrich ook de nodige mentale kracht. In de afdaling van de laatste col kan Telekom uiteindelijk alles neutraliseren, dankzij Bölts. Pevenage beseft dat de Tourzege binnen is. “Gezien de tijdritcapaciteiten van Jan zou de eindzege in de tijdrit niet meer in gevaar mogen komen.”

Fabelachtige triomf

Pevenage krijgt gelijk: de tijdrit van 63 kilometer in en rond Disneyland Parijs is niet meer dan een formaliteit. Ullrich loopt opnieuw drie minuten uit op Virenque. Dat Abraham Olano de tijdrit wint is slechts bijzaak. Duitsland staat voor de tweede keer op zijn kop. Het Duitse sportprogramma Das Aktuelle Sportstudio bouwt een complete openluchtstudio in Disneyland. Televisie-uitzendingen over de Tour de France bereiken een marktaandeel van 77 (!) procent. Ullrich van zijn kant blijft nuchter en is nog niet zeker van zijn zaak. Ullrich: “Je weet maar nooit. Ik kan nog altijd vallen, of zo. Pas als ik in Parijs over de finish kom, ben ik zeker van mijn zaak.”

De gevreesde valpartij komt er niet, Ullrich steekt op 23-jarige leeftijd zijn eerste Tour de France op zak. Een triomf voor Team Telekom dat met Erik Zabel ook nog drie ritten en de groene trui wint. De impact van Ullrichs overwinning is zo groot dat de Duitse publieke omroep ARD zich prompt aanbiedt als co-sponsor. De verwachtingen rond Ullrich zijn hoog, torenhoog. “Ik vind hem nog meer allrounder dan Indurain,” laat ex-renner Rudi Altig zich ontvallen. “Ik verwacht dat hij vijf keer, misschien zelfs zes keer de Tour wint.” Maar Ullrich is moe en kan moeilijk omgaan met de hoge verwachtingen. Zijn hoofd is helemaal leeg van de stress. Het is een gegeven dat als een rode draad door zijn latere loopbaan loopt. Het buitenaardse niveau uit de Tour van 1997 haalt Ulle daarna nooit meer. Zo sterk zijn twaalfcilindermotor was, zo broos blijkt Ullrichs hoofd.

Blijdschap bij mama Ullrich
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Wieler Revue thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws