Weening: 'Die Australiërs waren losbandiger dan Nederlanders'
Premium

Weening: 'Die Australiërs waren losbandiger dan Nederlanders'

Vandaag precies zes jaar geleden, in 2014 dus, won Pieter Weening voor de tweede keer in zijn carrière een rit in de Giro. In 2011 won hij immers ook al een rit, twee dagen na het overlijden van Wouter Weylandt. In ons nieuwe blikt de Fries terug op die twee dagen.

“Ik maakte in 2010 mijn debuut in de Giro d’Italia. Een jaar eerder won Denis Menchov en die editie zou ik al starten, maar toen raakte ik geblesseerd. Ik eindigde bij mijn eerste editie als 24ste in het klassement. Veel mensen hamerden erop dat ik eens voor een klassement moest gaan, maar die mensen begrepen niet dat ik vaak voor een absolute kopman moest werken. Je gaat mee als helper en dan is het niet de bedoeling dat je alles op alles zet om als twintigste over de streep te komen.”

“In 2010 probeerde ik wel voor een klassement te gaan, maar dat was een gekke Giro met kopgroepen die een halfuur voorsprong kregen. Dan schoof de nummer zestig van het klassement op naar plek twaalf. David Arroyo won bijna, maar werd op het einde nog uit de leiderstrui gereden door Ivan Basso. Al met al ging ik ook liever voor etappezeges. Net zoals ik in 2011 deed naar Orvieto. Het was twee dagen na het overlijden van Wouter Weylandt. Er was veel heisa rondom de rit die ik won, want die verliep over onverharde wegen. Het zou levensgevaarlijk worden.”

“Je merkte tijdens die hele Giro dat er een grote zwarte rand omheen zat. Tijdens de koers dacht ik niet zozeer aan zijn overlijden, maar buiten de koers om besefte je constant dat er iets vreselijks was gebeurd. Toen ik op het podium stond had ik een heel dubbel gevoel. Je bent voor jezelf blij, maar veel renners in het peloton konden op dat moment niet genieten van de sport. Dat snapte ik goed en gaf een apart gevoel. Ik heb ervan genoten, maar minder intens dan tijdens mijn ritwinst in 2014.”

Een dubbel gevoel bij Weening tijdens de Giro van 2011

Losbandiger

“Aan tafel vierden we het ’s avonds op onze manier, maar die dag was ploeggenoot Tom-Jelte Slagter ook hard tegen het asfalt gegaan. Hij lag er slecht bij. Hij brak zijn oogkas en moest naar het ziekenhuis worden vervoerd. Er is geen champagne aan te pas gekomen. Tijdens de finale wist ik niet dat Slagter was gevallen. Dat is niet iets wat je in volle finale tegen een renner moet vertellen. Of die dag te gevaarlijk was? Het was droog en je zakte met je tubes wel een paar millimeter weg in het grind. Het was risicovol, maar niet ondoenbaar.”

“Ik was in de aanval met John Gadret, die dat jaar derde werd. De laatste anderhalve kilometer liep steil omhoog waardoor ik wist: als ik wil winnen dan moet ik van Gadret af. Hij was nog geen zestig kilogram en ik was met mijn 68 kilo dan ook zwaar in het nadeel. In de finale dacht ik alleen: die lijdensweg mag weleens afgelopen zijn. Ik was helemaal niet bezig met de roze trui, maar dat maakte het extra mooi. Die trui is in Italië heilig. Ik droeg het roze vier dagen en verloor ‘m op de Etna. Het tricot hangt bij mijn moeder thuis. Zij heeft een hele kast vol aandenkens.”

“Drie jaar later won ik weer. Toen reed ik voor Orica-GREENEDGE. We waren met een ploeg vol vrijbuiters en wonnen de eerste tien dagen drie ritten en droegen bijna een week de roze trui. Het was één groot succes. Mijn ritzege is toen beter gevierd. De dag erna was het rustdag, waardoor we een extra biertje namen. Die Australiërs waren ook losbandiger dan Nederlanders. Het was geen probleem als er eens een extra fles wijn openging, maar tegelijkertijd werd wel verwacht dat je de verantwoordelijkheid aankon. De volgende morgen moest je je ding weer doen.”

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Wieler Revue thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws