Jean-Paul van Poppel: ‘De flessen Grappa lagen achter in de auto’
Premium

Jean-Paul van Poppel: ‘De flessen Grappa lagen achter in de auto’

Terug in de tijd: Jean-Paul van Poppel won in zowel 1986 als 1989 twee etappes in de Giro d’Italia. Beide jaren droeg hij bovendien de roze trui.

“De Giro d’Italia van 1986 was mijn eerste grote ronde. Ik reed voor Skala-Skill en de start was op Sicilië. Na een proloog van een kilometer in Palermo volgde er een ontsierde massasprint. Sergio Santaromita won, maar het verhaal van de dag was het in coma raken van Emilio Ravasio. Daar kregen we niet alles van mee, want hij was gewoon weer op de fiets gestapt en pas onder de douche schijnt hij niet goed te zijn geworden. Hij overleed tien dagen later.”

“De tweede rit was naar Catania en daar wist ik Eric Vanderaerden en Urs Freuler te verslaan. Ik pakte de roze trui, maar een dag later verspeelde ik die in de ploegentijdrit. Ik heb zo’n oude legerkist waarin die trui bewaard ligt. Met sommige concurrenten had ik goed contact. Vooral met Eddy Planckaert en Eric Vanderaerden. Er zaten ook figuren tussen die compleet gestoord waren. Alessio Di Basco was zo’n sprinter. Die kwam volgens mij uit het motorracen en reed gewoon recht bij je naar binnen. Guido Bontempi won die Giro van 1986 vijf etappes en ik pakte in de tweede week nog een zege.”

“In mijn tijd kregen steeds meer buitenlandse ploegen interesse in de Giro. Het was een andere tijd, maar als ik eraan terugdenk heel leuk. Je had een boekje bij je met nummers die je wilde bellen. Dat was stervensduur vanuit het hotel. Na de koers kreeg je ook een briefje met de weg naar het hotel. Freuler zei in mijn eerste jaar: ‘raak het niet kwijt.’ Dat ging altijd goed, maar het kwam weleens voor dat ik het kaartje bij de verzorger vergat. Dan was ik al in de afdaling terug na een bergrit, maar was ik het kaartje vergeten. Kon ik weer een stuk klimmen...”

Kleine bed

“Ik lag die Giro van 1986 op de kamer met Hennie Kuiper. Die was altijd een halfuur eerder binnen in bergetappes. Dan liet hij het bad vollopen en als ik terug was kon ik zo instappen. Hennie was een vaderfiguur. In die tijd had je een groot en klein bed in de hotelkamer. Hennie zei: ‘ik neem het kleine bedje wel, want jij hebt lange benen.’ Daar ging ik dan beschaamd mee akkoord. Dat zegt alles over Hennie. Hij en Gerrie Knetemann probeerden het echt gezellig te maken op de kamer. Kneet nam een fotolijst van thuis mee en een theekan met een rol kaakjes.”

“In 1989 won ik wederom twee etappes in de Giro. De eerste was de openingsetappe in wederom Catania. Die finish was op oude plaveien. Ik bleef in de finale haken met mijn toeclip. Toen had je nog van die voethaken en riempjes, maar die riem zat veel te strak en ik kreeg mijn voet niet meer terug. Uiteindelijk lukte dat toch, maar ik moest mijn sprint vroeg beginnen. Ferdi Van den Haute was mijn ploegleider en zag me op twintigste positie de laatste bocht doorkomen. Hij beende al boos naar de finish, maar ik was iedereen van achteruit voorbijgevlogen.”

“De dag erna verloor ik de roze trui, want we moesten naar de Etna. In 1989 gingen we bij Panasonic vol voor het klassement van Erik Breukink. Bergop konden Freuler en ik weinig doen, maar in de afdaling konden we aanvallers een beetje naar buiten drukken. Al deed vooral Freuler dat, haha. We reden een super Giro, maar Breuk verloor door die befaamde hongerklop in de veertiende etappe. Dat was een wrede rit, waar de Italiaanse sprinters met de auto naar beneden gingen. Ik ben daar afgedaald met een jack van een mecanicien en thee met een beetje Grappa in mijn bidon. De flessen Grappa lagen achter in de auto. Ik vond dat niet bepaald lekker, maar het was een goede manier om warm te blijven.”

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Wieler Revue thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws