Interview | Pascal Ackermann: 'Toen ik prof werd dachten ze niet dat ik dit niveau zou halen'
Premium

Interview | Pascal Ackermann: 'Toen ik prof werd dachten ze niet dat ik dit niveau zou halen'

Pascal Ackermann (26) is het nieuwe gezicht van sprintend Duitsland. Hoewel hij niet direct was voorbestemd om die rol te vervullen, voegde de renner van BORA-hansgrohe zich vorig jaar tijdens de Giro d’Italia definitief bij de elite der snelle mannen. We spraken de goedlachse Duitser in aanloop naar de Vuelta.

Voor hedendaagse Duitse sprinters zijn de schoenen levensgroot om te vullen. Minstens de maat van een gemiddelde NBA-speler. De vruchtbare jaren van Marcel Kittel, André Greipel en John Degenkolb, samen goed voor 53 ritzeges in grote rondes, zijn achter de rug. Ze hebben de lat voor de volgende generatie hoog gelegd. Van mannen als Max Kanter (Team Sunweb), Max Walscheid (NTT Pro Cycling) en Phil Bauhaus (Bahrain-McLaren) werd gehoopt dat ze mee zouden gaan doen op het hoogste niveau, maar tot dusver heeft één Duitser de stap naar de mondiale sprintelite daadwerkelijk weten te zetten: Pascal Ackermann. Van de in het westen van Duitsland geboren renner van BORA-hansgrohe werd niet direct verwacht dat hij de ontstane leemte zou vullen.

"Eigenlijk ben ik pas laat erachter gekomen dat ik prof zou kunnen worden", vertelt hij. "Pas op het moment dat ik mijn contract tekende eerlijk gezegd. Op dat moment dacht ik: ik ben renner in het profpeloton, maar zal niet iemand zijn die veel gaat winnen. Toen ik die zege in Romandië boekte, besefte ik dat ik wél een winnaar ben. Die overwinning heeft zoveel voor me veranderd. Ik maakte een mentale klik. Die zege volgde na twee zware etappes. Dat gaf vertrouwen en vanaf dan ben ik nog harder gaan trainen en heb ik een ploeg om me heen gekregen."

Lui is niet het goede woord

Geen sinecure in een team waar Peter Sagan de kopman voor de sprints is en waar ook kersvers groene trui-winnaar Sam Bennett op dat moment nog rondrijdt. Ackermann geeft ruiterlijk toe dat ook de beleidsbepalers bij BORA-hansgrohe niet hadden verwacht dat hij zich zo goed zou ontwikkelen. “Toen ik prof werd dachten ze niet dat ik dit niveau in me zou hebben. In mijn eerste seizoen deed ik na de vakantieperiode een test bij de ploeg en dat was een van mijn slechtste tests ooit. Iemand binnen de ploeg vroeg toen aan me: ‘Hoe is het mogelijk dat jij prof bent geworden?’ Ik ben sowieso niet goed in tests op de rollen, want ik ben wielrenner geworden om op de weg te fietsen. Er waren niet per se twijfels, want een jaar voordat ik prof werd was de ploeg nog procontinentaal en ik kreeg een contract omdat ik Duits beloftekampioen was geworden. Er werd gezegd: ‘Misschien kun je een aardige sprinter worden, maar daarvoor zal je nog veel moeten trainen.’ Dat het zo snel zou gaan, had niemand verwacht.”

Ackermann presenteert zich deze septembermiddag zoals hij altijd doet. Praktisch ieder antwoord wordt gevolgd door een lachsalvo. Alsof hij zijn eigen ontwikkeling ook niet helemaal begrijpt. Ten onder gaan aan de extra verwachtingen die zijn ontstaan, zal hem niet snel overkomen. Sterker nog, Ackermann stelt de extra druk juist nodig te hebben. “Anders word ik te gemakkelijk. Lui is niet het goede woord, maar bij weinig druk verlies ik een deel van mijn focus. Ik heb grote doelen nodig. Of ik het moeilijk vond om een leider te worden? Eigenlijk heeft de ploeg het me makkelijk gemaakt, want ik heb een hoop ervaren jongens om me heen gekregen. Ik denk dat ik een relaxte leider ben die probeert druk weg te nemen bij zijn ploeggenoten. Als iemand eens zijn dag niet heeft, blijf ik kalm en praat ik hem moed in. We zijn een goed samenwerkend geheel. Vooral Michael Schwarzmann is een goede vriend van me. Ik heb een jaar met hem in een appartement gewoond en we zien elkaar iedere dag om te trainen of iets anders te doen met elkaar. Volgend jaar zal wellicht iets veranderen in mijn sprinttrein. Een goede en sterke renner is altijd welkom.”

Wielerfamilie

Pascal Ackermann komt in januari 1994 ter wereld in Kandel. Hij groeit op in het nabijgelegen Minfeld, een dorpje van zo’n vijftienhonderd inwoners in het Zwarte Woud. “Ik kom uit een echte wielerfamilie en ben dan ook vroeg begonnen met de sport. Toen ik een jaar of zes was reed ik mijn eerste koers. De wielerclub waarvoor ik reed lag in Kandel. Mijn vader, moeder, broer en zus fietsten ook. Mijn ouders waren bij de amateurs van redelijk niveau. Verder deed ik aan voetbal. Ik was verdediger, maar ben tegenwoordig niet meer zo van die sport. Het is vooral wielrennen dat ik volg. Als jonge jongen niet, hoor. Mijn opa zat altijd wielrennen te kijken, maar ik deed wat kinderen doen in een dorp. Lekker buitenspelen en rondhangen. Pas zo’n vijf of zes jaar geleden begon ik zelf professioneel wielrennen te kijken op televisie. Ik racete in het weekend, waardoor er ook weinig tijd was om alle koersen op de voet te volgen.”

De ouders van Ackermann wonen nog steeds in Minfeld. De sprinter zelf is van habitat veranderd. Hij woont tegenwoordig in het Oostenrijkse Lochau. “Toen ik jonger was noemde ik Kandel een bergachtig gebied, maar nu ik in Oostenrijk woon zou ik het niet meer zo noemen, haha. Vanaf mijn huidige woonplaats is het een kleine driehonderd kilometer naar Kandel. In Oostenrijk kan ik het echte hooggebergte opzoeken, maar tegelijkertijd op vlakke wegen trainen als we dat nodig achten. Ik wilde iets anders en mezelf verder ontwikkelen. Ik dacht dat dat zou kunnen door van trainingsgebied te veranderen. Dit is de dichtstbijzijnde plek bij mijn thuis in Duitsland waar ik optimaal kan trainen. Bovendien wonen er drie teamgenoten. Mijn helpers Rüdiger Selig en Schwarzmann en Emanuel Buchmann. Met Buchmann train ik niet veel, nee. Als we naar een doel toewerken dan is hij uiteraard veel te sterk bergop.”

Inmiddels heeft Ackermann het effect van de verhuizing kunnen vaststellen. Doordat hij meer hoogtemeters maakt op training, gaat hij makkelijker omhoog dan voorgaande jaren. Geen overbodige luxe richting zijn doelen die komen gaan. In de Vuelta a España zal hij aan de bak moeten, want op voorhand lijken slechts vier etappes met zekerheid in een massasprint te gaan eindigen. “Daarmee ben ik het eens, maar tegelijkertijd tel ik zeker vier ritten die eventueel in een sprint zouden kunnen eindigen. Die dagen moet het geluk aan onze zijde zijn. Ik weet dat het niet makkelijk gaat worden, maar het zou saai zijn als alles in het leven makkelijk zou gaan. De Vuelta is mijn belangrijkste doel dit jaar. Ik wil minimaal één of twee etappes winnen. Van daaruit kijken we verder naar wat nog meer mogelijk is. Vorig jaar won ik de puntentrui in de Giro en ik zou het geweldig vinden om ook voor de puntentrui in de Vuelta te gaan, maar dat gaat héél moeilijk worden. Ik ben niet per se met het oog op de Vuelta meer bergop gaan trainen. Dat komt puur doordat ik verhuisd ben, maar het zorgt er wel voor dat ik klaar ben voor de zwaardere etappes van de Vuelta.”

Vreugde na ritwinst in de Tirreno-Adriatico

Met of zonder Sagan

Met of zonder Sagan, zo luidt de boodschap van Ackermann. Sinds de Giro d’Italia van 2019 loopt Ackermann over van zelfvertrouwen. “Voor die Giro maakten absolute topsprinters zich niet druk om mij. Ze dachten: hij heeft een aantal koersen gewonnen, maar hij kan zich achter Peter Sagan verschuilen. Dat is nu anders. Het hangt van de koers af of ik het niveau heb van Caleb Ewan, Sam Bennett of Dylan Groenewegen. Als ik me echt op een koers focus, dan wel. Alleen kun je niet constant op de toppen van je kunnen presteren. Ik heb weinig contact met mijn concurrenten. Toen ik jonger was zei iemand tegen me: ‘Je moet je rivalen niet kennen, want als het je vrienden worden dan kun je niet meer racen zoals je ervoor deed.’ Ik weet niet meer wie dat zei, maar dat heb ik onthouden. In de race praat ik soms met ze, maar buiten de koers niet.”

De Tirreno-Adriatico is exemplarisch voor het type sprinter dat Ackermann is. In de eerste etappe komt hij als een komeet uit de bol van het peloton zoals Ewan en Groenewegen dat zo goed kunnen, terwijl Ackermann in de tweede rit een sprint à la Alexander Kristoff uit zijn benen schudt. Ackermann wijt zijn sprinttalent voor een groot gedeelte aan zijn verleden op de baan, waarop hij sprint- en uithoudingsonderdelen combineerde. “Aan de ervaringen op de baan heb ik onwijs veel in een massasprint. Je leert op de baan hoe om te gaan met je fiets, hoe je naar voren moet rijden en vervolgens een goede positie bemachtigt. Alles wat ik op de baan heb geleerd gebruik ik tegenwoordig op de weg. Ik heb weleens nagedacht om op een dag terug te keren, maar ik ben zo tevreden als wegwielrenner. Dat zal mijn belangrijkste focus blijven.”

In de Scheldeprijs werd Ackermann geklopt door Caleb Ewan.

Klassiekers

Of de Duitser de komende jaren gaat meedoen in de voorjaarsklassiekers is afwachten, maar het lijdt geen twijfel dat hij het gezicht blijft van het Duitse sprintkorps nu de topjaren van Kittel, Greipel en Degenkolb zijn geweest. “Ik begon wielrennen te volgen in hun jaren. Kittel was een idool voor me. Het valt mee hoe vaak ik met hem word vergeleken in Duitsland. Marcel was een andere renner. Hij moest het van het vlakke hebben, terwijl ik van een sprint heuvelop hou. Hij woont zo’n zestig kilometer van me vandaan en ik heb ‘m op de wegen in de buurt weleens gezien. Dan praten we soms, maar daar blijft het ook bij. Begin vorig decennium had het Duitse wielrennen een zware tijd. Toen Buchmann vorig jaar vierde werd in de Tour de France was dat een verandering. Kranten schreven lange artikelen. Na mijn ritzeges in de Giro kreeg ik ook meer aandacht, maar voornamelijk door media uit mijn thuisgebied.”

Fanclub

Er wordt weleens gezegd dat een coureur pas een coureur is als hij de Tour de France heeft uitgereden. Dat deed Pascal Ackermann nog niet, maar een beetje coureur is ook pas coureur als hij een fanclub in België heeft. Dat heeft Ackermann sinds 2019 wel. Jochim Lorie uit Erpe-Mere, het thuisgebied van Lucien van Impe, raakte in 2017 verzot van de Duitse wielrenner. “Ik zag Pascal sprinten in de Tour of Guangxi”, herinnert Lorie zich. “Hij werd derde achter Gaviria en Groenewegen. Ik ben hem blijven volgen. Het jaar daarop reed hij regelmatig in België en ik had het altijd maar over Ackermann.”

Daarop zeggen vrienden van Lorie dat hij een fanclub moet oprichten voor de sprinter die ondertussen meer en meer aan de weg timmert. In 2019, ruim een jaar na de desbetreffende Tour of Guangxi, is de fanclub daadwerkelijk een feit. “Ik zag in 2017 al kwaliteit, maar het zou hautain zijn als ik beweer dat ik had gedacht dat hij zou staan waar hij nu staat. Eind 2018 konden mijn vrienden de naam Ackermann niet meer horen. Mensen deden lacherig erover, totdat hij twee ritten en het puntenklassement in de Giro wist te winnen. Het is de combinatie van renner en mens die me aanspreekt. Hij komt altijd positief over en lacht bij ieder interview. Zelfs na een nederlaag.”

Lorie is bio-ingenieur en heeft Ackermann in gesprekken duidelijk gemaakt dat hij het niet doet om aandacht van de wielrenner te krijgen. België is nu eenmaal het land van de fanclubs, want zo hebben onder anderen Marco Marcato, Sven Erik Bystrøm en Cees Bol eveneens een Belgische achterban. “Pascal begreep niet waarom een Belg een fanclub startte voor een Duitser. Ik heb hem een aantal keer ontmoet en heb weleens contact via Instagram. Ik heb hem kleding van de fanclub overhandigd en van hem kreeg ik onder meer zijn Duitse kampioenstrui. Op dit moment is het virtueel, maar ik heb een honderdtal aanvragen van mensen die lidgeld willen betalen. Door de rompslomp is dat er nog niet van gekomen. Ik schrik er trouwens van hoe weinig Duitsers fan zijn. Veel supporters van Pascal komen uit Poolse hoek.”

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Wieler Revue thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
  • Pascal Ackermann

Laatste nieuws