Wellens: 'Moet op WK voor winst gaan'

Tim Wellens mag zich tijdens het WK wielrennen kopman noemen van de Belgische ploeg. Hij is één van de outsiders en weet steeds beter wat winnen is.

Wellens
  • Afbeelding van Tim Wellens Tim Wellens

Het is een zonnige vrijdag halverwege augustus.

De BinckBank Tour is aanbeland in haar slotweekend.

Nadat Magnus Cort Nielsen de vijfde etappe wint, trekt een deel van het peloton naar het NH Hotel in Maastricht. Ook de Astana-ploeg van de Deense ritwinnaar. Alsof er niets aan de hand is staan de mecaniciens het materiaal te wassen, net als de mecaniciens van Mitchelton-Scott en Lotto Soudal.

Ik stap een hotelkamer binnen op de eerste verdieping en zie een renner redelijk naakt op een massagetafel liggen. Met de edele delen nog net bedekt schudt Tim Wellens me de hand.

Goedlachs, zoals altijd. Wat Tim nog niet weet, is dat hij zich twee dagen later opnieuw naar een podiumplek in deze WorldTour-wedstrijd gaat fietsen.

Hoog tijd om de massage eens naar een hoger niveau te tillen.

Altijd weer die BinckBank Tour. Je houdt volgens mij wel van deze koers?

“Enorm. Ik heb ze twee keer gewonnen (2014 en 2015) en een keer podium gereden (2017). Het is lekker dicht bij huis en de sfeer in en rond de koers hier is altijd lekker en vertrouwd.”

Kies je daarom ook iedere keer voor deze wedstrijd, ondanks dat het parkoers je dit jaar minder ligt?

“Ik mocht dit jaar kiezen: BinckBank of Polen. In Polen waren er veel meer parkoersen voor mijn type renner, maar ik voel me hier altijd goed. Daar ga ik dan liever voor.”

Topjaar

Tot aan de BinckBank Tour heeft Wellens zeven zeges geboekt. Een evenaring van zijn beste totaalaantal tot nu toe, namelijk dat van 2017.

Het winnen voor de Belgisch Limburger begint dit jaar al vroeg. Op Mallorca slaat hij toe in de Trofeo Serra de Tramuntana, vervolgens wint hij in februari een etappe en het eindklassement in de Ruta del Sol.

Winst in de Brabantse Pijl kleurt zijn voorjaar en in de Giro wint hij op indrukwekkende wijze de vierde rit naar Caltagirone. Voeg daar nog rit- en eindwinst in de Ronde van Wallonië aan toe en je hebt een erelijst waar menig renner al jaloers op is.

Vind je 2018 tot nu toe jouw beste jaar?

“Dat durf ik wel te zeggen ja. Het liefst zou ik dit najaar natuurlijk nog een zege erbij doen, zodat ik in ieder geval kan zeggen dat ik op vlak van overwinningen progressie heb geboekt.

Maar tot nu toe kan ik enkel tevreden zijn over dit jaar, want voor renners zoals ik is het niet gemakkelijk om zeges te boeken. Ik ben dan wel redelijk snel, maar groepssprints winnen dat lukt me niet erg vaak. Een renner die net als ik goed heuvels aankan én dan nog eens een sprint kan winnen, hoeft niet per se de beste in koers te zijn. Als ik wil winnen, moet ik de beste in koers zijn.”

'De Vuelta zegt me eigenlijk helemaal niks'

Dus dan is het extra leuk als je zoals in de Giro d’Italia de beste bent in een sprint bergop.

“Dat is inderdaad zo. Die overwinning is een voorbeeld van hoe je ontzettend veel plezier aan de koers kunt beleven. Ik win vaker solo dan in een sprint en bij een solo weet je bijvoorbeeld al op een kilometer van de streep dat je wint, in de Giro was het strijden tot de laatste meter met heel mijn lichaam vol adrenaline.”

Is de ontlading dan anders?

“Zeker. Ik denk dat de Giro-rit van dit jaar me tot nu toe het beste gevoel gaf wat ik heb gehad op de fiets. Iedereen wil ooit eens de beste van het peloton zijn, zeker in de Giro d’Italia.”

Wellens verkende het WK-parkoers met Sofie De Vuyst

En was het een bevestiging voor jou dat het steeds een stapje beter gaat?

“In een WorldTour-peloton, zeker een Giro-peloton, win je niet met geluk. Dus dan is het leuk om te tonen dat je vooruitgang boekt en de concurrentie voor bent.”

En dat terwijl de drie Ardennenklassiekers opnieuw net niet waren voor je.

“Toch heb ik ook in die wedstrijden voor mijn gevoel dit jaar stappen gezet. De Brabantse Pijl kun je ook tot die periode rekenen, ook al is het geen WorldTour. Het blijft een enorm zware koers. De Amstel Gold Race (6de) reed ik heel goed mee in de finale, in de Waalse Pijl (7de) deed ik weer wat meer mee om te winnen dan andere jaren en Luik-Bastenaken-Luik (16de) was niet 100 procent.”

Maar ik neem aan dat de Ardennenklassiekers nog steeds met rood zullen worden aangestipt.

“Dat zijn mijn lievelingskoersen op de kalender, dus ik zal daar altijd mijn seizoen omheen bouwen.”

Als dan in de Gold Race een groepje weg rijdt met Valgren en Kreuziger, denk je dan niet: ‘waarom laten ze mij dan níét rijden?’

“Meteen na de finish dacht ik: ‘iedereen had hier kunnen wegrijden uit die kopgroep.’ Maar als ik dan de finale nog eens bekijk, dan zie ik gewoon dat Valgren een aantal keer enorm sterk heeft aangevallen.”

En ze zaten steeds op jouw wiel.

“Ik heb een Spaanse verzorger (Pep Escandell), die had met verzorgers van Movistar Team gesproken en tijdens de voorbespreking van de Gold Race hadden ze daar gezegd dat ik de man was om op te letten.

Vanwege mijn zege in de Brabantse Pijl natuurlijk. Maar dat is logisch. Ik denk niet dat het over mijn lot heeft bepaald die dag, want als ik de benen wel zou hebben gehad om te winnen was ik wel van ze weg gereden.”

Toch is het niet slecht als andere renners hun koers op jou afstemmen.

“Dat is een goed teken en een volledige bevestiging dat we goed bezig zijn.”

Sterkt dat je ook in aanloop naar de komende jaren?

“Ik denk dat ik daardoor zelfs al dit jaar bewezen heb sterker te zijn geworden. In de Ronde van Wallonië waren we bijvoorbeeld in de tweede rit weg met een beperkte groep. Vroeger had ik dan altijd geprobeerd om nog aan te vallen en ten koste van alles de sprint te ontlopen. Nu ging ik met vertrouwen richting die groepssprint en won ik ook.”

In die zin is de etappezege in de Giro dus een eye opener voor je geweest.

“Inderdaad. Je hebt renners die tien keer in de positie komen om te winnen en het dan geen enkele keer omzetten in winst. Elke keer als ik er dit jaar dichtbij was, pakte ik die kans. Enkel in Parijs-Nice heb ik het enkele malen laten liggen. Ik besef dat de overwinningen er voor een renner als ik niet makkelijk komen en dat je iedere mogelijkheid met beide handen moet grijpen.”

Met bondscoach Kevin De Weert.

Dus het is niet alleen een fysieke, maar vooral een mentale ontwikkeling.

“Als je een aantal keer in de positie bent gekomen om te winnen, leer je daar enorm van. Je neemt dat allemaal mee naar de volgende keer dat je in een vergelijkbare situatie komt. De eerste keer heb je stress, ben je zenuwachtig en maak je waarschijnlijk veel fouten. Op een bepaald moment is het niet eens meer killerinstinct wat eraan te pas komt, maar je gaat het gewoon normaal vinden om bepaalde koerssituaties in jouw voordeel om te zetten.

Kijk bijvoorbeeld eens naar Greg Van Avermaet. In het begin zorgde hij voor veel discussie, want iedere fan vond dat Greg dom koerste. Uiteindelijk bracht het hem de hardheid die nodig was om topwedstrijden te winnen en nu klaagt er niemand meer.”

Na de Giro volgde een lange rustpauze voor je. Kijk je daarin veel koers op televisie, zoals de Tour de France?

“Ik moet eerlijk zijn: ik heb dit jaar amper wat van de Tour gezien. Die wedstrijd zie ik niet graag, ik rijd ze niet graag. Het kriebelt wel altijd om eventjes te kijken wanneer je tijd over hebt, maar als je dan al die valpartijen ziet is het weer gauw voorbij.

Ik zou er het liefst nooit meer rijden, maar die wedstrijd is zo belangrijk dat je weinig keuze hebt.

Maar goed, ik vraag me wat dat betreft af wie er nu in hemelsnaam graag naar de Tour gaat. Dat gaat daar allemaal maar op leven en dood altijd, daar is toch niets aan?”

'Iedereen gaat naar boven kruipen op die laatste klim, dat gaat zó lastig worden'

Het is bekend dat je een goede band hebt met Tom Dumoulin. Heb je hem nog extra gevolgd in juli?

“Ik hoopte dat hij de jongens van Sky zou gaan kloppen. Ik heb voor hem gesupporterd, maar het mocht niet zo zijn. Hoe het komt dat Tom en ik zo goed overeen komen? We zijn samen een aantal jaren geleden eens naar Curaçao gegaan voor een vakantie en daar is de goede band gevormd.”

Once in a lifetime?

Dan over naar het WK in Innsbruck. Al sinds bekend werd dat de wereldkampioenschappen wielrennen op de weg van 2018 in Tirol zouden plaatsvinden, hebben een hoop klimmers een doel gemaakt van deze koers.

Ze zien het als een once in a lifetime-moment. Ongetwijfeld is dat voor Tim iets minder het geval.

Is dit WK wielrennen voor jou een belangrijk doel?

“Ik zet niet graag alles aan de kant voor één wedstrijd. Dus het doel zal voor mij nooit het WK zijn, ik wil gewoon een langere periode goed zijn. En daarin vallen dan de Canadese klassiekers, vervolgens het WK en uiteindelijk ook de Ronde van Lombardije. Maar uiteraard ben ik volle bak gemotiveerd voor het WK.”

Op de klim naar Gramartboden.

Je rijdt opnieuw geen Vuelta a España. Zijn de Canadese koersen voor jou dan de ideale voorbereiding?

“Ik heb niet per se wedstrijden nodig om goed te zijn. Ik kan perfect naar een topvorm toewerken via trainingen. Ik heb dat dit jaar voor de Waalse klassiekers zo gedaan en dat is heel goed uitgepakt.”

Dat bleek inderdaad zo. Parijs-Nice eindigde op 11 maart en exact een maand later vond de Brabantse Pijl plaats. Met een gepaste solo in de finale legde Wellens de tegenstand het zwijgen op.

“Ik train zo enorm veel, ook achter brommers en derny’s, dat ik goed kan voelen wanneer ik in goede vorm steek. Er zijn veel renners die daar eerst wedstrijdritme voor nodig hebben, bij mij is dat niet zo.”

Heb je nooit een Vuelta-deelname in je hoofd gehad?

“De Vuelta zegt me eigenlijk helemaal niks.”

Spanje in september: veel te warm voor jou, natuurlijk.

“Dat zeker, ja. Plus koersen om gewoon mee te rijden, daar houd ik niet van. Dat zit niet in mijn aard.”

En toch heb je al twee ritzeges geboekt in de Giro d’Italia. Dat moet dan in de Vuelta toch ook mogelijk zijn?

“Besef wel dat je in de Vuelta echt goed in orde moet zijn om mee te kunnen strijden om winst in etappes. Dan ben je wellicht al te vroeg in topvorm en zul je te diep in je reserves moeten tasten, om zo de rest van het najaar te zien verwateren.”

Kruipen

Zoals ieder jaar is er een hoop te doen om het WK-parkoers. Dit jaar lijkt dat nog wat extra het geval te zijn, omdat het parkoers op het oog iedere kans voor sprinters wegneemt.

Klassieke renners als Tim Wellens moeten dus hun kans grijpen om te zorgen dat de snelle jongens afhaken. Dat kan onderweg zeven keer op de beklimming naar Igls en anders wacht nog de steile tocht naar Gramartboden in de slotronde.

Je hebt het parkoers van het WK in Innsbruck verkend met bondscoach Kevin De Weert en met Sofie De Vuyst. Hoe zwaar was het?

“Ik vond het enorm zwaar. Vooral die laatste muur richting Gramartboden is echt supersteil.”

Is het erover, die beklimming nog extra in het parkoers steken na zes rondes met de klim naar Igls?

“Erover wil ik niet zeggen.”

'Als ik wil winnen, moet ik echt de beste in koers zijn'

Is het dan juist leuk?

“Misschien is het eens een keer leuk dat een echte klimmer met die regenboogtrui gaat lopen, of ten minste aanspraak maakt op de zege. De koers moet natuurlijk nog altijd gereden worden. Velen denken dat punchers een kans gaan hebben op die laatste klim, maar daar gaat het totaal niet om. Het gaat gewoon om nog de benen hebben en niet té uitgeput zijn. Iedereen gaat naar boven kruipen op die klim, dat gaat zó lastig zijn.”

Opnieuw op het podium van de BinckBank Tour.

De afdaling is ook vrij bochtig.

“Zeker, dat is een verraderlijk stuk. Veel haarspeldbochten, maar ook veel bochten waarin het uitzicht weg is. Als je op de top een gaatje hebt, kan het zomaar zijn dat ze je niet meer terug zien. Als je een paar meter hebt en je bent een goede daler, dan heeft de tegenstand het zitten.”

Gaat het weer nog een belangrijke rol spelen?

“Dat dachten we vorig jaar in Bergen ook. Het zou daar in september tachtig procent van de tijd regenen, maar wij reden in kurkdroog weer. Dus je kunt er niet eens rekening mee houden, met de weersomstandigheden.”

Maar je kunt niet ontkennen dat jouw kansen op winst groter zijn wanneer het regent.

“Ik voel me gewoon altijd goed in de regen. Iedereen ziet meer af, het is veel makkelijker om concurrenten uit het wiel te rijden wanneer het regent.”

Denk je überhaupt aan winst op dit WK?

“Ik koers altijd om te winnen. Ik ga niet zeggen dat ik mee rijd om top tien te halen, want daarvoor ben ik geen profwielrenner geworden. Ik ben profwielrenner geworden om wedstrijden te winnen en denk niet aan prestaties in de marge.

Ik weet hoe moeilijk het is om koersen te winnen en dat het voor sommige knechten echt onmogelijk is. Die hoeven dan ook niet te zeggen dat ze naar een wedstrijd gaan om die te winnen. Maar ik vind het niet getuigen van ambitie als je een renner bent met mijn kwaliteiten en je gaat niet voor de winst. Ik heb niet even veel kans om te winnen als een Valverde, maar dat verandert niets aan mijn ambitie.”

Wie is voor jou de topfavoriet in Innsbruck?

“Alejandro Valverde. Een type zoals hij, een type dat steile beklimmingen kan overleven en dan nog eens wanneer nodig een sprint kan winnen. Of een Julian Alaphilippe. Maar goed, die heb ik in de vijfde rit van Parijs-Nice ook geklopt in een groepssprint (achter winnaar Rudy Molard), dus het hangt gewoon van de benen af. Als hij niet fris naar de sprint rijdt, kan een ander hem ook gewoon kloppen. Alleszins wordt het een mooi WK, niet alleen qua favorieten maar ook gewoon omdat we in Oostenrijk zijn.”

Daar zeg je wat. Inspireert dat nog, die mooie uitzichten die je tijdens de verkenningstocht had?

“Voor zo’n training zelf wel, ja. Voor de koers allerminst, want daar ben je echt totaal niet mee bezig.”

Is het WK een fijne koers om te rijden?

“Ik vind van wel. Ik rijd graag rondjes, net zoals tijdens die wedstrijden in Canada. Ik vind dat leuk.”

Zit daar een toekomst in, voor de wielersport?

“Dat zou je wel zeggen. Het is goed voor het publiek wanneer de renners meerdere keren langs komen en ze niet uren langs de kant staan voor een aantal seconden actie. Van mij mag het in ieder geval in vlakke etappes en heuvelachtige ritten zo zijn dat we aankomen op een lokaal circuit. En met mij denken trouwens veel collega’s zo.”

Over toekomst gesproken: je hebt bijgetekend tot en met 2020. Je bent dus blij met de ploeg.

“Dit jaar was de eerste keer in mijn carrière dat ik einde contract was. Hiervoor had de ploeg telkens mijn contract open gebroken en voortijdig de verbintenis verlengd. Deze keer heb ik ook met andere ploegen gepraat en daar ben ik een stuk wijzer van geworden. Ik heb het naar mijn zin in deze ploeg, lekker dicht bij huis. Ik heb ook geen zin om nu ver van huis te zijn, want het gaat gewoon goed. En ik denk dat het alleen nog maar beter zal worden.”

Te beginnen met de wereldtitel.

(Lacht) “Ik ga voor niets minder.   

WK-Special

Je las een interview uit de WK-Special van Wieler Revue. Meer lezen? Ga dan naar de winkel, of bestel de Wieler Revue WK-Special online via deze link!