Premium

Interview | Wout van Aert: 'Evenveel fenomeen als Mathieu? Mooie manier om er naar te kijken'

Een jaar geleden was het nog afwachten hoe Wout van Aert zou terugkeren na zijn zware beenblessure opgelopen in de Tour de France. Inmiddels kan gesteld worden dat de wederopstanding van de Belg beter is geslaagd dan eenieder had durven dromen. Sterker nog, hij gaf op de fiets blijk nóg veelzijdiger te zijn dan voor zijn blessure.
Interview | Wout van Aert: 'Evenveel fenomeen als Mathieu? Mooie manier om er naar te kijken'

“Mijn herstel toont aan dat de verhoudingen in wielrennen zo weer kunnen veranderen”, vertelt Van Aert. "Ik heb niet altijd vertrouwen gehouden in een terugkeer op het niveau van voor mijn valpartij. Die vraag heb ik tijdens mijn herstel proberen los te laten en stap voor stap kwam de bevestiging dat het de goede kant opging. De eerste keer op stage met de ploeg kreeg ik een goed gevoel en kon ik gewoon mee met mijn teamgenoten. Langzaamaan kwam in december de sportman in mij terug en ging ik weer ambitieuze doelen stellen."

Tijdens zijn succesvolle seizoen keert Van Aert in gedachte niet overmatig vaak terug naar het lange revalidatieproces. Wel merkt hij een verschil in sportbeleving. Zelf noemt hij het een cliché, maar Van Aert is meer gaan beseffen hoe graag hij op de racefiets zit. Begin november is hij alweer volop in voorbereiding op het cross-seizoen, want in stilzitten en luieren heeft hij na vorig jaar geen zin meer. "Zelfs tijdens mijn rustperiode van twee weken heb ik meer gedaan dan ooit. Het is niet dat ik vroeger niet graag trainde, maar ik heb jaren gehad dat ik vier weken mijn fiets niet aanraakte. Tegen de tijd dat ik weer begon met trainen was dat met tegenzin. Dat kan ik me niet meer voorstellen. Vroeger was het: je hebt rust en je hoeft niet. Vorig jaar was het: je hebt rust maar je kan niet. Als je een maand in een ziekenhuisbed ligt of in je zetel hangt, dan ga je beseffen hoe fijn fietsen is. Het moeilijkste aan de revalidatie vond ik dat mijn lichaam de baas was en ik niet mocht forceren om over grenzen te gaan."

Omloop Het Nieuwsblad

Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden, maar Van Aert maakte al dit voorjaar indruk in Omloop Het Nieuwsblad. Hij maakt koers en eindigt op een elfde plaats. De drievoudig wereldkampioen veldrijden is klaar voor het voorjaar, maar als de favorieten ter sprake komen wordt bij Van Aert stelselmatig toegevoegd dat nog geen wonderen van ‘m verwacht mogen worden. "Of ik baat heb gehad bij de coronacrisis? Het klinkt heel wrang om zoiets te zeggen. Ik denk dat ik ook klaar was geweest voor een voorjaar in maart en april, maar dat viel door de lockdown in het water. Het zou gek zijn als ik nu zeg: in maart had ik Strade Bianche en Milaan-Sanremo met zekerheid gewonnen. Maar ik voelde me toen ook goed, want net voordat Strade Bianche werd afgelast reed ik een aantal persoonlijke records. Het heeft alleen weinig zin om over deze vraag te speculeren."

'Bergop mezelf verrast'

Toch kan Van Aert niet anders dan beamen dat hij in de zomer beter in vorm was dan ooit. In de Tour de France rijdt hij mede-kopman Tom Dumoulin bergop de problemen in, wint hij massasprints van de beste sprinters ter wereld en laat hij op La Planche des Belles Filles zien tot de beste tijdrijders ter wereld te behoren. Van Aert rijdt in Frankrijk rond met de aura van een kampioen. "Zeker bergop heb ik mezelf verrast. Ik dacht altijd dat ik te zwaar was, maar tot een bepaald moment ging ik vlot mee in het hooggebergte. We hebben dit jaar lang kunnen trainen zonder te koersen en daardoor kon ik meer bergop fietsen en aan mijn basisconditie werken. De lockdown heeft me geleerd dat ik met meer trainingsarbeid nog beter word. Qua sprinten valt het mee hoeveel beter ik ben geworden. Mijn piekwaardes zijn niet veel hoger dan vorig jaar, maar ik ben in het algemeen beter geworden waardoor ik aan het einde van een koers meer over heb."

Zoals het in wielrennen gaat als je polyvalent bent, wordt nog voor alle oorspronkelijke doelen zijn behaald gekeken naar volgende richtpunten. "Die vraag heb ik vaker gehad de laatste tijd", lacht Van Aert als het rijden van een klassement in een grote ronde ter sprake komt. "Voorlopig ga ik me niet op andere koersen richten. De eendagskoersen behouden mijn prioriteit, maar dit jaar heeft me wel doen inzien dat ik een klassement kan rijden in een ronde van een week. Niet alleen de BinckBank Tour, maar ook de Tirreno-Adriatico. Ik ga aan de ploeg vragen of ik die koers kan rijden volgend jaar. Het is een perfecte voorbereiding en een mooi doel op zichzelf. Er wordt daar vaak een ploegentijdrit en individuele tijdrit gereden en de aankomsten heuvelop liggen me ook. Daar meedoen zou moeten lukken, ja. Pas als ik in de Tirreno of de nog zwaardere Dauphiné iets heb laten zien, komt het wellicht aan de orde om de planning eens om te gooien."

De deur om in de toekomst voor een meesterwerk in Parijs te gaan wordt dus niet bij voorbaat dichtgegooid. Van Aert beseft zich echter terdege dat hij dan afscheid moet nemen van zijn geliefde keienklassiekers. Het credo is duidelijk: eerst zijn erelijst aandikken in de koersen die hem het meest aan het hart gaan en van daaruit verder kijken. "Ik heb altijd gezegd dat ik zo’n uitgebreid mogelijke erelijst wil. Daar wil ik eerst aan werken. Als Adrie van der Poel zegt dat Mathieu en ik de Tour nooit zullen winnen, dan wil ik hem daarin best geloven. Aan de andere kant had ik niet verwacht zo ver te staan wat betreft mijn klimcapaciteiten. Ik praat zelf ook niet over winnen, maar voor een klassement gaan. Ik heb ook geen idee of ik het kan. Tot vijf kilometer van de top rijden is iets totaal anders dan iedere dag opnieuw tot het gaatje gaan."

Mathieu van der Poel

"Ik ben de eeuwige vergelijking met Mathieu weleens beu, maar snap het heus wel", zegt Van Aert over de vergelijking met zijn eeuwige concurrent. "Als we met z’n tweeën richting de streep in de Ronde van Vlaanderen rijden, dan gaat die tweestrijd ook door mijn hoofd. Zeker als je zoveel tijd hebt om erover na te denken. Daar komen wel extra zenuwen bij, ja."

De constante gelijkenis ervaart Van Aert vooral in de cross als moeilijk. "Dan is de perceptie anders. In de cross werd ik door sommigen als loser gezien, omdat veel mensen denken dat het enkel tussen ons twee gaat. Na een Ronde van Vlaanderen beseft men: ze hebben alle grote renners eraf gereden in een van de zwaarste koers van het jaar. Of ik minder ambities heb in de cross? Het is niet mijn doel om zomaar mee te rijden, want ook in het veld wil ik winnen. Het is wel zo dat de cross minder belangrijk is dan vroeger. Ik focus me op de kampioenschappen, maar zal mijn hoofd makkelijker kunnen neerleggen bij een verloren cross dan bij het verlies in de Ronde van Vlaanderen. Daarvan ben ik een paar dagen goed ziek geweest."

De sprint van het jaar in de Ronde van Vlaanderen.

Waar Van Aert lang aanhikte tegen de vergelijking staat hij na 2020 op gelijke voet met Van der Poel. Trainer Marc Lamberts noemde de tweede plaats in Vlaanderen de grootste overwinning van Van Aert het voorbije seizoen. Volgens de coach van Team Jumbo-Visma fietste Van Aert zich met die prestatie op gelijke hoogte met ‘het grootste fietstalent ter wereld.’ "Marc stuurde me het artikel door waarin hij zei dat ik evenveel fenomeen ben als Mathieu. Ik vind het mooi om eens op die manier ernaar te kijken, want normaal is het: de één is beter, verder en sneller dan de ander. Dit jaar hebben we vergelijkbare prestaties geleverd en daar ben ik trots op. Het is mooi dat we allebei kunnen toegeven dat we elkaar beter hebben gemaakt en nog steeds beter maken. Tijdens het cross-seizoen was ik doordeweeks regelmatig bezig met het analyseren van Mathieus kwaliteiten, maar op de weg richt ik me niet op iemand specifiek. Maar het is nu eenmaal zo dat ik in veel koersen Mathieu zal moeten kloppen om te winnen."

2021: bomvolle kalender

In het bomvolle 2021 gaat de aandacht voor Van Aert niet afnemen. Met het wereldkampioenschap veldrijden in Oostende, de voorjaarsklassiekers, een grote ronde, Olympische Spelen, het wereldkampioenschap op de weg in eigen land en het aanstaande vaderschap heeft hij genoeg om naar uit te kijken. "Het gaat een bijzonder jaar worden. Te beginnen met de geboorte van ons eerste kind. Mensen zeggen me dat ik straal als ik over het aanstaande vaderschap begin. Het zal daardoor anders worden, maar na de Ronde van Vlaanderen werd duidelijk hoe belangrijk wielrennen voor me is. Sarah probeerde me op te beuren, maar zeker in het begin lukte dat niet. Het wordt een uitdaging om een koersplanning te maken voor 2021. Gezien het afgelopen wielerjaar heb ik vertrouwen dat we ondanks corona een min of meer normaal wielerseizoen tegemoet gaan waarin ik mooie doelen zal nastreven."

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Wieler Revue thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws