De tijdslimiet in de Tour de France: zo werkt het

Met een paar pittige bergetappes voor de boeg kijkt een deel van het peloton met een schuin oog (en wellicht met een beetje vrees) naar de tijdslimiet. Maar hoe bepaalt men eigenlijk wat de tijdslimiet is? Daar is een tabel en rekenmodel voor en dat werkt vrij eenvoudig. We leggen het uit.
De tijdslimiet in de Tour de France: zo werkt het

De tijdslimiet wordt bepaald aan de hand van de tijd en de gemiddelde snelheid van de winnaar. Om tot een eerlijke tijdslimiet te komen, worden alle overige etappes in vier categorieën ingedeeld. Categorie 1 staat voor een etappe zonder moeilijkheden, categorie 2 voor een rit met gemiddelde moeilijkheid en categorie 3 voor een zware rit. Een rit van categorie 4 is een korte etappe. Met moeilijkheden worden uiteraard het aantal beklimmingen en dergelijke bedoeld. Voor prologen geldt er geen tijdslimiet.

Daarnaast vormen de individuele tijdrit en de ploegentijdrit twee aparte categorieën. Voor die tijdritten is het simpel, daar ligt de tijdslimiet op 25%. Dat wil zeggen dat alle deelnemers maximaal 25% langzamer mogen zijn dan de winnaar. Doet de winnaar er precies een uur over, dan moet de rest binnen een uur en 15 minuten gefinisht zijn.

De andere factor waarmee rekening mee moet worden gehouden is de gemiddelde snelheid van de winnaar. Hoe sneller er gereden wordt, hoe soepeler de tijdslimiet is. Uiteindelijk komt dat er dan uit te zien zoals in onderstaande tabel.

Tijdslimieten in de Tour de France

C1 staat voor categorie 1, C2 voor categorie 2, etcetera. IT is individuele tijdrit en PT is ploegentijdrit. De getallen in de kolommen staan voor de gemiddelde snelheid. Om het uit te leggen nemen we het volgende voorbeeld:

Het peloton rijdt een etappe van categorie 2. Ze doen dat met een snelheid tussen de 38 en 39 kilometer per uur gemiddeld en doen daar precies 4 uren over. De tijdslimiet is dan 10%. Dan moeten alle renners dus binnen 10% van die 4 uren binnen zijn. In dit specifieke geval is dat 24 minuten na de winnaar.

c = categorie, IT = Individuele tijdrit en PT = ploegentijdrit
tijdslimiet c1 c2 c3 c4 IT PT
4% ≤36 - - - - -
5% >36-38 - - - - -
6% >38-40 ≤35 - - - -
7% >40-42 >35-36 ≤30 - - -
8% >42-44 >36-37 >30-31 - - -
9% >44-46 >37-38 >31-32 ≤30 - -
10% >46-48 >38-39 >32-33 >30-31 - -
11% >48-50 >39-40 >33-34 >31-32 - -
12% >50 >40-41 >34-35 >32-33 - -
13% - >41-42 >35-36 >33-34 - -
14% - >42-43 >36-37 >34-35 - -
15% - >43-44 >37-38 >35-36 - -
16% - >44-45 >38-39 >36-37 - -
17% - >45-46 >39-40 >37-38 - -
18% - >46 >40 >38-39 - -
19% - - - >39-40 - -
20% - - - >40 - -
25% - - - - snelheidonafhankelijk

Tijdslimiet oprekken

Wanneer meer dan 20% van de renners de tijdslimiet niet haalt, kan de jury er voor kiezen om de tijdslimiet te wijzigen. Het wil soms namelijk wel eens gebeuren dat een groot deel van het peloton buiten tijd aankomt. In theorie zou het immers kunnen gebeuren dat het complete peloton uit koers gehaald moet worden wanneer een kopgroep een enorme voorsprong heeft. Dat is natuurlijk iets wat men niet wil!

Laatste nieuws