Joris Nieuwenhuis: "Niet frustrerend dat Wout en Mathieu harder rijden"

In de schaduw van Mathieu van der Poel en Wout van Aert is ook Joris Nieuwenhuis (23) succesvol als zowel wegcoureur als veldrijder. De renner van Team Sunweb debuteerde dit seizoen in de WorldTour en verraste zichzelf met enkele knappe resultaten.

Joris Nieuwenhuis
  • Afbeelding van Team DSM Team DSM
  • Afbeelding van Wout van Aert Wout van Aert
  • Afbeelding van Joris Nieuwenhuis Joris Nieuwenhuis

Die lijn hoopt hij komende winter door te trekken in de cross. “De combinatie tussen beide disciplines houdt het leuker.” Joris Nieuwenhuis kijkt met bewondering naar het hoge niveau van zowel Van der Poel als Van Aert, maar niet om hun trainings- en koersgedrag te kopiëren. De geboren Doetinchemmer combineert immers net als de twee toptalenten beide disciplines. De discussie rondom de trainingsvormen van de twee toppers in het veld gadeslaat hij dan ook vanuit een nuchter oogpunt en hij probeert de hype enigszins te nuanceren. “Pure wegrenners hebben inderdaad meer aandacht voor duurvermogen en maken dan ook meer uren. Veldrijders trainen iets anders, maar het is natuurlijk niet zo dat Wout en Mathieu vorig jaar alleen maar intensieve trainingen van een uur hebben afgelegd. Zij hebben met het oog op het voorjaar ook heus wel de nodige uren gemaakt.”

Nooit frustrerend

Nieuwenhuis is hetzelfde van plan deze winter. In de hoop dat hij zich dan ook naar de (sub)top van het veldrijden en wegwielrennen kan fietsen. “Het is mijn plan om deze winter meer uren te maken tussen de crossen door. Daar moet een goede planning voor gemaakt worden, zodat ik niet te veel hooi op mijn vork neem. Het moet immers wel in mijn schema passen. Mathieu en Wout hebben laten zien dat het mogelijk is zowel op de weg als in het veld goed te zijn. Dit seizoen stroomde ik pas begin mei in tijdens het wegseizoen, maar volgend jaar is het zeker de bedoeling dat ik eerder op de weg zal rijden.”

“Dat Wout en Mathieu er normaliter zo bovenuit steken heb ik nooit als frustrerend ervaren. Absoluut niet. Zij doen er alles aan om goed in vorm te zijn en zetten daarvoor alles aan de kant en ik doe precies hetzelfde. Als ik dan op een eerlijke manier verslagen word, dan kan ik me daarbij neerleggen. Ik ben het ook gewend, want ik rijd al sinds de junioren tegen Mathieu. Bij de beloften ook nog heel even, maar toen stapte hij al snel over naar de profs. Ja, hij was toen ook al zo goed. Ik weet nog wel dat hij bij de junioren een honderd procent winstpercentage had. Ze zijn voorbeelden, maar ik kijk vooral naar mezelf en hoe ik mezelf verder kan ontwikkelen.”

Wennen

In 2018 maakt Nieuwenhuis de overstap van de beloften naar de profs in het veldrijden. Hoewel hij in zijn eerste jaar niet altijd in de hoogste rangen van de uitslagen te vinden is, verteert hij de stap naar de elite goed. “Ik moest vorig seizoen vaak vanaf de derde rij starten en dat is gewoon een heel groot nadeel in de cross. Dan reed ik vervolgens een best goede wedstrijd. Dan had ik echt mee kunnen doen met die subtop waar ik naar streef, maar omdat ik achteraan startte, lag ik al zo ver achter dat ik nooit meer van voren kon komen. Niemand die je goede wedstrijd in dat geval heeft gezien. Daarom ben ik ook naar de Verenigde Staten getrokken. In de hoop om wat punten te pakken om meer van voren te kunnen starten.”

“Ik had alleen niet de beste voorbereiding, nee. Het zijn gewoon hele andere disciplines en daaraan moet je wennen. Waaraan zoal? Op een wegfiets rijden we bijvoorbeeld met 8 bar in onze banden, terwijl dat op een crosser 1.6 bar is. Dat is totaal anders. Daarnaast heb ik een nieuwe fiets gekregen, die ik me nog eigen moet maken. Ik heb acht jaar op Giant gereden, terwijl ik nu op een Cervelo ga crossen. Cervelo heeft speciaal voor mij een gravelbike omgebouwd tot een crosser, maar de geometrie van beide merken is wel heel anders. Het kost tijd om daaraan gewend te raken.”

Nieuwenhuis houdt van de extra uitdagingen die de cross biedt. Je hebt het totaalpakket nodig om mooie resultaten te boeken. Allereerst moet je logischerwijs hard kunnen fietsen, maar je moet ook kunnen hardlopen, over balken springen, na elke bocht accelereren en door modder, zand of sneeuw ploeteren. “Die afwisseling vind ik erg mooi. Het is vaak gewoon spectaculairder om te doen dan wegwielrennen. Ik kijk na een wegseizoen altijd onwijs uit naar de cross en na een cross-seizoen verlang ik weer naar de wegcampagne. Sneeuw is mijn favoriete ondergrond. Daarop werd ik ook wereldkampioen bij de beloften in 2017. De koers is dan vaak snel en nog technischer. Dat bevalt me goed. Modder en zand zijn vaak net iets meer voor de echte krachtpatsers.”

De ontwikkeling van Nieuwenhuis verloopt geleidelijk. Lange tijd crosst hij enkel voor zijn plezier en denkt hij niet direct aan een carrière als profcoureur. “Het duurde wel even voordat ik dacht dat ik het écht ver zou kunnen schoppen. Dat was eigenlijk pas op het wereldkampioenschap veldrijden van 2017 in het Luxemburgse Bieles. Ik won met overmacht bij de beloften en merkte aan de reacties dat ik iets groots had gepresteerd. Ik kreeg veel media-aandacht na die overwinning. Ik was ook zo overheersend, want de nummers twee en drie (respectievelijk Felipe Orts Lloret en Sieben Wouters, red.) eindigden op bijna anderhalve minuut. Die dag in Bieles was een van mijn beste dagen op de fiets ooit. Qua resultaat, maar ook zeker qua gevoel in mijn benen.”

Vlaamse voorjaar

Nieuwenhuis rijdt op die wonderdag net een paar weken in het shirt van de opleidingsploeg van Team Sunweb. Na het wegvallen van het Development Team van Rabobank moet een heel zwik aan Nederlandse talenten op zoek naar een nieuwe ploeg en Nieuwenhuis is er daar een van. “Ik had toen ook de nodige aanbiedingen van ploegen die zich enkel en alleen op de cross richten, maar ik had altijd in mijn achterhoofd dat ik me ook op de weg wilde ontwikkelen. Als ik toen voor een crossploeg had gekozen, dan was het heel moeilijk geworden om die stap nog te maken. Ik kan het bij Team Sunweb uitstekend combineren. Het rijden van klassiekers en grote rondes is altijd al een droom van me geweest.”

Die droom lijkt steeds dichterbij te komen, want Nieuwenhuis kende een prima debuutseizoen op WorldTour-niveau. Hoewel hij nog niet aan de start stond van de allergrootste koersen, kan hij wel enkele mooie resultaten voorschotelen. Vierde in een rit in de Tour of California, tweede in een etappe in de Tour of Norway en ook in koersen als het Critérium du Dauphiné en de BinckBank Tour merkt hij goed mee te kunnen. “Mijn eerste WorldTour-seizoen is me prima bevallen. Het ging veel beter dan ik had verwacht. Ik ging het wegseizoen in met de gedachte: ik wil de ploeg helpen en laten zien dat ik potentie heb om een goede WorldTour-renner te worden. Maar ik boekte zelf al meteen een aantal mooie resultaten. Bij de junioren en beloften lukte me dat juist nooit, dus dit wegseizoen was beter dan ik had durven dromen. In het verleden richtte ik me ook minder op de weg en vorig jaar had ik last van een beknelde liesslagader, waardoor mijn wegseizoen grotendeels in het water viel. Dit jaar bleef ik fit en viel alles wel op zijn plek.”

Nieuwenhuis heeft daardoor de bevestiging gekregen dat hij resultaten kan boeken op het allerhoogste niveau. Het sterkt hem in de gedachte dat hij ooit mee kan spelen in de finales van de voorjaarsklassiekers en om etappezeges in grote rondes. De koersen die vroeger nog in zijn achterhoofd zaten, hebben inmiddels een weg naar voren gemaakt. “Het is zeker dat ik volgend seizoen goed probeer te zijn in het voorjaar. Ik weet nog niet precies welke wedstrijden ik ga rijden, maar ik hoop natuurlijk op de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Mijn kwaliteiten op de weg liggen in het Vlaamse werk en op de korte en steile heuveltjes. Inderdaad, een beetje zoals Van der Poel, maar dan uiteraard wel op mijn eigen niveau. Ik zal net als Mathieu de twee disciplines blijven combineren. Ik ga geen keuze maken en wil het de komende jaren op deze manier blijven aanpakken.”

Het plan voor volgend seizoen vereist een nog strakkere trainingsaanpak dan Nieuwenhuis al gewend is. “Ik zal een stuk of twintig veldritten rijden en tussendoor dus veel uren maken. Bij Team Sunweb zien ze ook wel in dat het absoluut geen last is om aan veldrijden te doen. Ze steunen me in alles wat ik doe. De combinatie zorgt er bovendien voor dat ik makkelijker dingen kan doen en laten in functie van de sport. Het houdt het leuk. Het voelt ook niet als werk, maar als mijn passie. Ik ben er constant bewust mee bezig om het zo leuk mogelijk te houden, bijvoorbeeld door niet telkens dezelfde rondjes te maken tijdens de training.”

Daarin komt Nieuwenhuis overeen met zijn collega’s uit het veld. Ze kiezen hun eigen weg en denken niet in de dogma’s van de wegwereld. “Dit jaar ben ik bijvoorbeeld met vrienden kriskras door Nederland gaan fietsen om aan mijn uren te komen. Dat vind ik veel leuker dan een week in Calpe verblijven, waar iedereen al zit.” En plezier is en blijft de allerbelangrijkste kwaliteit om te presteren als topsporter. Van Joris Nieuwenhuis gaan we nog veel horen de komende jaren.