doDisplay('div-gpt-ad-WielerNL_below_menu_allpages');

Jan Janssen: 'Die Tour van 68? Daar word ik nog dagelijks aan herinnerd'

Het zal u niet ontgaan zijn: dit jaar is het 50 jaar geleden dat Jan Janssen als eerste Nederlander de Tour de France won. Voor onze Tour-special ging Willem Sipkema op audiëntie bij de levende wielerlegende.
doDisplay('div-gpt-ad-WielerNL_below_image_article');
@media (max-width: 679px){#fig-6175248a038ab img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6175248a038ab img{#fig-6175248a038ab img.lazyloading{width: 470px;height: 470px;}}@media (min-width: 680px) and (max-width: 680px){#fig-6175248a038ab img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6175248a038ab img{#fig-6175248a038ab img.lazyloading{width: 624px;height: 624px;}}@media (min-width: 681px) and (max-width: 1320px){#fig-6175248a038ab img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6175248a038ab img{#fig-6175248a038ab img.lazyloading{width: 1290px;height: 726px;}}@media (min-width: 1321px){#fig-6175248a038ab img.lazyloading{background: #eee;}#fig-6175248a038ab img{#fig-6175248a038ab img.lazyloading{width: 948px;height: 533px;}}Jan Janssen

78 is hij inmiddels. De man die precies een halve eeuw geleden Nederland fascineerde en begeesterde met de eindzege in de Tour de France. Jan Janssen zal de eeuwigheid ingaan als de eerste Nederlander die dit kunststukje klaarspeelde en daar is de energieke Janssen nog altijd trots op. Jan verwelkomt ons in de fietsenzaak die al sinds jaar en dag zijn naam draagt. Inmiddels al een tijdlang overgenomen door zoons Pierre en Jan jr., maar voor een rondleiding draaft senior graag zelf op.

doDisplay('div-gpt-ad-WielerNL_in-content_top_article');

“Die Tour van 68? Daar word ik nog dagelijks aan herinnerd door mensen die er op de een of andere wijze iets van meegekregen hebben. Al was het alleen maar door mijn vrouw, die er destijds trouwens prachtig mooi bij stond in het Parc des Vincennes. Cora was in ‘68 in verwachting van onze eerste zoon Jan, die dit jaar dus vijftig wordt. Ik heb ook een prachtige maar dramatische foto van de ploeg die in 1968 van start ging. Als ik tel hoeveel mensen er nog in leven zijn van die foto dan tel ik er maar vier. Ikzelf, Huub Zilverberg, Harm Ottenbros en Arie den Hartog, die een hersenbloeding heeft gehad en er vreselijk aan toe is."

"Het doet me in deze fase van mijn leven beseffen dat ik een bevoorrecht mens ben. Niet alleen heb ik ooit de Tour gewonnen, waar ik naderhand veel van genoten heb. Ook heb ik een mooi bedrijf opgezet, heb fantastische kinderen met wie ik heel goed contact heb en kleinkinderen waar ik helemaal gek op ben en die nu de leeftijd bereikt hebben waarop ik begon te fietsen. Dan denk ik: hoe is die tijd toch zo snel gegaan? Naast alle ellende die ik heb meegemaakt als renner, heb ik natuurlijk ook prachtig mooie dingen beleefd."

Janssen laat me de foto’s zien die in de showroom van zijn zaak hangen. Bij elke foto hoort een verhaal en Janssen is een geboren verteller. Hij is met recht trots op z’n carrière, maar benadrukt ook dat hij het niet cadeau kreeg. "Ik had zeker een bepaald talent, maar ik was geen raspaardje. Een ding had ik voor op veel andere renners: wilskracht. Ik legde de lat voor mezelf ongelooflijk hoog. Ik denk dat mijn vader mij onbewust wielrenner heeft gemaakt. Wij moesten vroeger enorm hard werken in het aannemersbedrijf van mijn vader en dat heeft me gehard."

"In de periode na de oorlog hadden we het echt niet breed en mijn vader werkte dag en nacht. Wat mij in die tijd fascineerde waren de schitterende foto’s van Fausto Coppi en Louison Bobet. Toen ik een ventje was van 15 jaar startte de Tour de France in Amsterdam en ik stond langs de kant te kijken in Delft. Ik zag Yvette Horner langskomen terwijl ze op een grote auto zat te spelen op een accordeon. Dat bekoorde mij zo dat ik op slag verkocht was. Ik wilde fietsen!"

Maar dat was in die tijd nog niet zo gemakkelijk. Wielrennen was een dure sport en het vervoer naar de wedstrijden toe, daar hoefde Janssen zijn ouders niet voor lastig te vallen. "Maar ik moest eerst een racefiets hebben natuurlijk. Ik geloof niet echt in toeval, want soms kom je in je leven de juiste mensen tegen op precies het juiste moment. Mijn leraar biologie, de heer Egberts, ik zal die naam nooit vergeten, kwam op een goede dag met een racefiets op school want die wilde hij wel verkopen. Het kwijl liep uit mijn mond! Ik heb die fiets gekocht voor 110 gulden. 100 gulden had ik zelf gespaard met allerhande klusjes en de laatste tien gulden kreeg ik van m’n vader. Dat was echt een rib uit z’n lijf hoor."

Daarna ging het snel met de carrière van Janssen. Als junior en amateur won Janssen veel en in 1963 zette hij zijn handtekening onder een contract van 3.000 Belgische frank per maand bij Pelforth van ploegleider Maurice De Muer. Janssen betaalde zijn eigen trainingskamp aan de Côte d’Azur, want de ambitieuze Zuid-Hollander wilde snel naam maken in die buitenlandse ploeg.

Janssen werd geselecteerd voor ParijsRoubaix en werd meteen derde in de Helleklassieker. “Je kunt je voorstellen dat dat een leuke binnenkomer is voor een 23-jarige Nederlander. Ik won die zomer ook al meteen een rit in de Tour de France waarna ze mij steeds vaker als kopman gingen uitspelen. 1964 was een heel succesvol jaar. Ik won Parijs-Nice en ook in de andere wedstrijden zat ik steeds in de prijzen. In de Tour won ik de groene trui plus twee ritten en als klap op de vuurpijl werd ik in Sallanches ook nog eens wereldkampioen. Ik werd op handen gedragen bij Pelforth, dat kun je je voorstellen."

"Voor veel buitenlanders in een Franse ploeg was het lastig omdat Fransen natuurlijk zo chauvinistisch zijn als de pest. Ze ratelden aan tafel maar door en ik verstond geen woord Frans. Maar ik had altijd een woordenboekje bij me. Dus als ze het over ‘dormir’ hadden, dan zocht ik het snel op in m'n woordenboekje. En ik heb op eigen initiatief nog privé-les genomen bij een Franssprekende Nederlander in Delft. Daar ging ik samen met Cora naartoe en op die manier heb ik toch vrij snel een woordje Frans geleerd. In die tijd werd er in het peloton alleen maar Frans gesproken, dus ik wilde dat absoluut onder de knie krijgen. Ik wilde mee kunnen praten over allerhande zaken. Die behoefte heb ik altijd gehad."

Na drie jaar ervaring te hebben opgedaan in de Tour deed Janssen in 1966 voor het eerst een serieuze poging om La Grande Boucle te winnen. In de zestiende etappe naar Briançon leek hij in die opzet te slagen, want Janssen veroverde daar in de Alpen de gele trui. Toch was het feest van korte duur, want een dag later in een schijnbaar eenvoudige rit naar Turijn moest hij de leiderstrui alweer prijsgeven aan outsider Lucien Aimar.

Janssen kan zich er 52 jaar na dato nog altijd over opwinden. "Ik zat achter in het peloton in een rit met twee colletjes van derde categorie: niets speciaals. Aimar heb ik natuurlijk vreselijk onderschat. Ik riep vol bravoure dat ik een Aimar in ieder been had zitten. Hij was van Italiaanse afkomst en slim. Henk Nijdam komt op een goed moment naar me toe en roept ‘ze zijn weg, Jan! Brandts, Bitossi, Vanspringel’. Mijn ploegleider De Muer kwam naast me rijden en riep dat hij het niet door kon geven omdat Radio Tour in panne lag. Daar heb ik altijd aan getwijfeld!", zegt Janssen 52 jaar later vol vuur. Aimar was definitief weg en Janssen kon zijn gele droom opbergen.

Meer lezen?

Het gehele interview met Jan Janssen is te lezen in de Tour-special van Wieler Revue. Hij spreekt uitgebreid over onder anderen de veranderde mentaliteit in het peloton, Tom Dumoulin, zijn bedrijf en het gevecht dat hij leverde tegen de ziekte van Non-Hodgkin. En natuurlijk komt ook die Tour de France van 1968 uitgebreid aan bod.

Voor maar €8,99 koop je de Tour-special hier online. Via deze link kun je zien waar hij in de winkel te koop is.

doDisplay('div-gpt-ad-WielerNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws