Interview | Erik & David Dekker, zo vader zo zoon: papa, ik lijk steeds meer op jou

Een uitgebreid interview met vader Erik en zoon David, die gisteren naar een tweede plek in de UAE Tour spurtte bij z'n debuut voor Jumbo-Visma. Aan de hand van fragmenten uit het bekende en toepasselijke lied 'Papa' van Stef Bos spraken de twee openhartig met ons.
erik dekker david dekker

Als winnen in de genen zit dan gaat David Dekker (23) mooie jaren tegemoet. De aanwinst van Team Jumbo-Visma is de zoon van Erik (50) en hoewel David in zijn jeugd een broertje dood heeft aan trainen, gaat hij per seizoen meer lijken op de sportman die zijn vader vroeger was. De afgelegde weg naar het profpeloton en de routekaart voor de toekomst door de ogen van vader en zoon.

Tong tussen het kader

Het moet midden november zijn geweest. Erik en David Dekker fietsen samen door het Nederlandse polderlandschap. Zoals ze zo vaak hebben gedaan. Maar deze keer is het anders. Terwijl David, met een verbintenis bij Team Jumbo-Visma op zak, rustig rond pedaleert, moet Erik, in de jaren nul onder meer winnaar van vier Touretappes, de Amstel Gold Race en Tirreno-Adriatico, alle zeilen bijzetten om zijn zoon te volgen.

En dat op het vlakke. Met zijn tong tussen het kader komt Erik thuis. Op geaccidenteerd terrein moest hij zijn meerdere al erkennen, maar tegenwoordig heeft hij ook moeite met een duurtraining van zijn zoon op Nederlandse wegen.

Het is een logisch gevolg van zijn mindere conditie, is Erik eerlijk. Hij heeft niets te klagen en is gezond, maar het fietsen is de voorbije periode erbij ingeschoten. “Laten we het een winterdip noemen. Corona helpt ook niet mee. Normaal gesproken was ik in de winter in de weer met mijn hobby veldrijden, maar dat is in het water gevallen. Klaarblijkelijk sta ik anders erin als er geen competitie aan verbonden is. Tijdens die desbetreffende training in november reed ik een uur lang naast David, maar vervolgens ben ik een uur lang in zijn wiel blijven plakken. En sindsdien is de conditie enkel slechter geworden. Hij plaagt me ermee, maar het is niet dat David zijn energie haalt uit het naar huis rijden van zijn vader. Die tijd is geweest.”

David moet lachen als de training ter sprake komt. Op moment van het interview verblijft hij op trainingskamp in het Spaanse Calpe, waar hij zich volledig kan focussen op het seizoen dat komen gaat. Het jaar waarin hij zijn debuut gaat maken op het hoogste wielerniveau.

Hij beseft dan ook dat de strijd met zijn vader geen eerlijke meer is. “We hebben het er tijdens het avondeten weleens over. Dan zegt hij: ‘Het draaide weer niet bij me, maar eigenlijk is dat ook niet gek. Ik word oud, jij bent prof.’ Dat besef ik me hartstikke goed, maar het is vooral dat hij het zelf lastig vindt dat hij zit af te zien in mijn wiel. Volgen gaat nog, maar niet op een comfortabele manier.”

Italiaans ziekenhuis

En misschien ben ik geworden
Wat jij helemaal niet wou (Papa, Stef Bos)

Net voor de eerste lockdown breekt David definitief door met zeges in de Ster van Zwolle en Dorpenomloop Rucphen, maar vooral met zijn derde plaats tussen de profs in Le Samyn. Het is de koers waar David zich presenteert aan het grote wielerpubliek. De livebeelden gaan desondanks langs zijn vader heen. Erik: “Ik had net een tussenlanding in Taipei na een vakantie op de Filipijnen. Ze zonden Le Samyn daar niet eens uit, haha. Ik zat in het vliegtuig en we dreigden te gaan taxiën terwijl de finale in volle gang was. Ik had intensief contact met mijn andere zoon Kelvin en godzijdank finishten ze net voordat we vertrokken. Anders had de reis naar Amsterdam héél lang geduurd.”

David verkeert die dagen in de vorm van zijn leven, maar daar blijkt hij een week later weinig aan te hebben. In het jaar dat hij als laatstejaars belofte een profcontract moet verdienen wordt het wielerseizoen noodgedwongen stopgezet door het oprukkende coronavirus. Het dreigt een wielerjaar te worden met drie koersdagen op de teller. Het baart zijn vader zorgen. “Ik heb wel even stress gehad. Er waren nog geen concrete contacten op dat moment en daarbij dreigde een grote crisis in het wielrennen. Het zag er niet bepaald rooskleurig uit, maar ik maakte me meer zorgen dan David deed. Uiteindelijk was het misschien zelfs in zijn voordeel, want hij stond drie maanden lang boven aan de lijst met meest gewilde belofterenners voor 2021.”

Een lange stilte volgt als Erik de vraag krijgt of hij had verwacht dat zijn zoon dusdanig grote stappen zou zetten bij SEG Racing Academy, de ploeg waarnaar David eind 2019 overstapte na een tweejarig dienstverband bij het continentale Metec-TKH. “Het is lastig om objectief te beoordelen, maar ik had dit wel ingezien, ja. Ik weet waar David vandaan komt qua trainingshistorie en denk dat er nog rek in zijn mogelijkheden zit. Hij is pas vrij laat serieus gaan trainen. Pas als tweedejaars junior nam hij zelf het initiatief om een trainer te benaderen en ervoor te gaan leven. Daarvoor deed hij heel weinig. Hij kan de trainingsuren nog opstapelen en op die manier meer inhoud kweken. Dat zou een winstpunt kunnen zijn, maar is tegelijkertijd zijn kwetsbaarheid.”

David is dus meer gaan lijken op de sportman die zijn vader vroeger was, maar puur als renner lijken ze niet op elkaar. Erik had het in zich om heuvelklassiekers en rondjes van een week te winnen, terwijl David het vooral moet hebben van zijn sprint en kracht na een slopende koers. “Hij is veel explosiever dan ik was. Ik ken zijn sprintwaardes en die zijn behoorlijk in orde. Ik heb daarentegen de Amstel Gold Race gewonnen en dat gaat hem nooit lukken. Wat we gemeen hebben is dat we beiden ervan houden om koers te maken, maar verder is deze tijd moeilijk te vergelijken met de periode toen ik prof was. In die tijd zeiden ze: ‘We zien je in de Ronde van de Middellandse Zee en zorg ervoor dat je kunt volgen.’ Ik heb weleens mijn trainingsdagboeken van de jaren negentig teruggekeken, maar ik trainde in december hooguit een paar uur in de week.”


Het jaar 2020 is voor de familie Dekker niet enkel rozengeur en maneschijn. Waar David in maart de goede resultaten op bestelling levert, wordt de periode na de herstart vooral gekenmerkt door een zware valpartij in de Giro d’Italia voor beloften. In een afdaling slaat hij over de kop en valt hij vervolgens op zijn hoofd. “Ik stond op dat moment boven op de Mortirolo en las daar het nieuws in een simpel berichtje op Twitter. Gelukkig stond erbij dat hij bij kennis was, maar het is toch je kind dat is gevallen. Bij kennis zijn is bovendien iets anders dan in orde zijn. Ik probeerde rationeel te blijven en ben met de camper naar het ziekenhuis gereden. David belde me toen ik onderweg was en daardoor waren de ergste zorgen verdwenen. In het ziekenhuis schrok ik. Het is niet leuk als je de verhalen hoort en je zijn helm ziet. Wielrennen is een gevaarlijke sport, maar ik heb nooit gedacht: ik zou willen dat hij iets anders was gaan doen.”

Een jonge David met vader Erik

Trainingsarbeid

Jij hebt jouw idee
Ik heb mijn idee (Papa, Stef Bos)

De eerste dagen na zijn valpartij vindt David het vooral moeilijk dat hij geen antwoord heeft op de vraag of hij iets fout deed in de afdaling. Een antwoord daarop gaat hij nooit krijgen, want hij is even buiten westen geweest. De schade: een zware hersenschudding waar hij lang last van houdt.

David: “Ik heb lang rust genomen en ben nu vooral blij dat ik niets meer weet. In koersverband moet nog blijken of ik weer de oude ben. Ik speel met de gedachte om een workshop afdalen te volgen. Daar maken ze bij Team Jumbo-Visma regelmatig gebruik van. Gelukkig ben ik maar kort van de wereld geweest. Vanaf het moment dat ik een nekbrace om kreeg heb ik weer herinneringen. Ik had weinig pijn en was vooral bezig met de vraag hoe ik in contact kon komen met mensen die ik kende. Het is niet dat ik meteen aan mijn naasten dacht, want daar was ik veel te suf voor.”

De valpartij in Italië betekent een wrang einde van het seizoen van zijn doorbraak. Net als zijn vader ziet David Le Samyn als ijkpunt van zijn laatste jaar bij de beloften. “In ieder geval voor het grote publiek. Ik ontving de nodige berichten na die koers. Niet van doorgewinterde profs, hoor. Rond die tijd voerde mijn management de eerste verkennende gesprekken met profploegen, maar concreet werd het pas begin juni. 2020 draaide voor mij om één ding: een profcontract versieren. Doordat het mijn laatste beloftejaar was, moest ik wel. Dan is het moeilijk als alles ineens stilligt, maar het management van SEG hield me kalm. Ze vertelden dat ook coureurs als Niki Terpstra en Greg Van Avermaet op dat moment geen contractonderhandelingen voerden. Ik vertrouwde erop dat het goed zou komen en het is nooit door mijn hoofd geschoten dat ik iets anders moest gaan zoeken.”

Sinds begin november staat David volledig onder begeleiding van zijn nieuwe ploeg Team Jumbo-Visma. De grootste verschillen met SEG Racing Academy kan hij inmiddels aanstippen. “Voor ieder detail is een specialist in dienst bij de ploeg. Het passen van kleding vond ik veelzeggend. Dat heb ik vaker gedaan, maar bij Team Jumbo-Visma wordt alles opgemeten en voor jou op maat gemaakt. Verder ben ik bezig de voedingsapp te ontdekken. Als ik een vraag heb gaat een deskundige van de ploeg daar direct mee aan de slag. In mijn eerste jaar is het vooral zaak meer inhoud te krijgen, zodat ik aan het einde van een koers een nog betere sprint in mijn benen heb. Dat is voor nu het belangrijkste aspect van mijn trainingsplan. Dat ik daarin minder ver ben kan te maken hebben met het feit dat ik vroeger minder trainde. De afgelopen vijf jaar heb ik ten opzichte van een gemiddelde prof van 22 jaar waarschijnlijk veel minder trainingsuren gemaakt.”

David zou geen reden kunnen bedenken waarom hij pas later is gaan leven voor het bestaan van wielrenner. Hij verzekert dat het niets te maken heeft met het profverleden van zijn vader en houdt het erop dat het een gevolg is van hoe hij als persoon is. “Toen ik nieuweling was trainden sommige jongens al volgens trainingsschema’s en gingen ze nooit naar de McDonald's. Bij mij is dat pas op latere leeftijd gekomen. Daarom zijn de stappen die ik zet nog zo groot. Ik vond trainen vroeger gewoon superstom en zag het nut er totaal niet van in. Dat gaat lang goed, maar bij de nieuwelingen stokte mijn ontwikkeling. Als tweedejaars junior maakte ik een omslag en ging ik met een trainer werken. Daardoor ben ik trainen ook ieder jaar leuker gaan vinden. Als er nu een lange training op mijn schema staat dan kan ik daarvan genieten. Dat kon ik me vijf jaar terug niet inbeelden. Er is geen eureka-moment geweest, maar dat is een proces van jaren geweest. Een proces dat nog gaande is.”

Beetje bij beetje laat David ook in de hoogste jeugdcategorieën zijn potentie zien. Als tweedejaars junior is hij reserve op het wereldkampioenschap in Qatar en vanaf de beloftecategorie begint hij meer en meer te geloven dat hij ooit zijn vader kan navolgen in het profpeloton. Na vier wisselende jaren blijkt dat geloof gegrond.

“Ik ga me de komende jaren vooral focussen op mijn sprint, omdat de ploeg en ikzelf geloven dat daar op korte termijn de meeste winst valt te boeken. En dan bedoel ik winst in de letterlijke zin van het woord. Ik ben snel, maar hou er ook van om koers te maken. Net als mijn vader vroeger deed. Buiten het fietsen vind ik het moeilijk om te zeggen in hoeverre we op elkaar lijken. We hebben logischerwijs onze eigen ideeën over bepaalde zaken, maar ons idee van koersen komt redelijk overeen.”

Balanceren

En ik praat nu
Zoals jij vroeger praatte (Papa, Stef Bos)

Door de loopbaan van zijn vader komt David al op jonge leeftijd in aanraking met wielrennen. Op zijn achtste wordt hij voor het eerst nationaal kampioen en in de jaren die volgen wint hij vaker dan hij verliest. Toch is Erik altijd nuchter omgegaan met zijn talentvolle zoon.

“Ik stimuleerde hem, maar wilde niet pushen. Ik zei al snel tegen mezelf: voorkom dat je kinderen op hun achttiende zeggen dat ze het op hun twaalfde niet meer leuk vonden. Dat doemscenario heb ik mezelf voorgespiegeld. Het verschil tussen motiveren en pushen is klein. Op die lijn probeerde ik te balanceren. Ook als hij weer eens niet wilde trainen vond ik het niet moeilijk om mijn mond te houden. Als ik op dat moment streng ga doen, dan wordt hij enkel ongelukkig.”

Natuurlijk dacht hij soms: jongen, het is lekker weer. Ga nou eens trainen. Maar Erik kiest er bewust voor zijn kinderen hun eigen interesses te laten ontdekken. “Ons gezin ademde wielrennen en hij is ermee opgegroeid, maar ik heb David vrijgelaten in de keuzes die hij maakte. Dat vind ik ook zo sterk aan hem. De keuze om er alles voor te gaan doen en laten is helemaal uit hemzelf gekomen. David was acht jaar oud toen hij begon en in zijn jeugd is hij rond de tien keer nationaal kampioen geworden. In het veld en op de weg. Sommige ouders denken direct dat ze een nieuwe ster in huis hebben, maar door mijn eigen ervaringen weet ik wat die prestaties voorstellen op zo’n jonge leeftijd. Dat zegt helemaal niets. Tijdens wedstrijden liet ik hem dan ook lekker zijn gang gaan als ik aanwezig was.”

Trainingen kunnen hem weliswaar niet bekoren, maar in wedstrijden gaat David voortdurend tot het gaatje. Het staat zijn vader nog helder voor de geest. “Als hij won, gooide hij zijn handen in de lucht alsof hij als eerste boven was op Alpe d’Huez. De winnaarsmentaliteit zat er vroeg in en de eerste minuten na een race was hij niet aanspreekbaar. Zo moe was hij. Hij won in de tijd voor de nieuwelingen haast iedere week, maar dat veranderde hem niet. Hij ging geen branie schoppen. Toen hij het als junior moeilijker had, heb ik hem eens gezegd: ‘David, je kunt ook je krachten eens sparen.’ Het enige wat hij deed was zo moe mogelijk worden. Hij reageerde typerend: ‘Ik ga toch geen 120 kilometer in het wiel zitten en dan pas koersen, zei hij.”

Naast dat David niet vaak traint, blijft hij ook enigszins klein voor zijn leeftijd. Bij de nieuwelingen begint zijn vader zich zorgen te maken of hij de overstap wel aan kan. “Hij moest langere afstanden rijden met een hogere versnelling en tegen oudere jongens. Rond die tijd schoot hij gelukkig de lucht in. Waarin we op elkaar lijken? David is iemand die iets durft te zeggen in een groep en als hij het gevoel heeft dat het kan dan durft hij de leiding te nemen. Daarbij heeft hij koersinzicht en kan hij eigenwijs zijn. Buiten het fietsen kan ik niet snel iets bedenken waarin we overeenkomen of verschillen. Als me iets te binnen schiet dan denk ik direct: hoe was ik zelf op die leeftijd? Anderen kunnen dat beter beoordelen. Mensen zeggen me regelmatig dat David op eenzelfde manier praat als ik.”

David Dekker met de witte jongerentrui op het podium in de UAE Tour

Oscar Freire

Vroeger kon je streng zijn
En ik heb je soms gehaat (Papa, Stef Bos)

Na zijn profloopbaan wordt Erik ploegleider bij Rabobank. Mede daardoor is hij niet vaak aanwezig bij Davids wedstrijden. Als Erik in 2016 afscheid neemt van de wielersport, raakt hij meer betrokken bij de carrière van zijn zoon. De familiegeschiedenis in de sport zou menig kind extra druk bezorgen, maar zo heeft David het nooit ervaren.

“Toen ik begon met wielrennen was mijn vader net gestopt en had hij een grote naam. Dat werd door de speaker constant benadrukt. Nog voordat mijn eigen naam genoemd werd, was al gezegd dat ik de zoon van ben. Dat is weleens vermoeiend, maar ik kon het makkelijk naast me neerleggen. Ik won in mijn jeugd vaak, maar kan me niet herinneren dat er bovengemiddeld veel naar mij gekeken werd.”

Van de loopbaan van zijn vader heeft David enkel de laatste drie seizoenen bewust meegemaakt. Met onder meer de solozege in Parijs-Tours, maar ook de valpartij in de rit naar Valkenburg tijdens de Tour de France van 2006. “Wat mijn vader meemaakte toen ik in de Giro viel, heb ik toen met hem ervaren. Samen met mijn broer en moeder zat ik op de tribune op de Cauberg. Daar stond een groot scherm en iedereen dacht dat het een andere renner was. Maar wij zagen direct dat het mijn vader was. Zijn aangezicht was zwaargehavend, maar ik was niet overdreven geschokt. Mijn moeder was bang dat mijn broer en ik heftig zouden reageren en voordat we naar het ziekenhuis gingen liet ze een foto uit de krant zien. Het zag er vervelend uit in het ziekenhuis, maar we bleven er normaal onder. Die reactie zal zo zijn geweest doordat ik ben opgegroeid met de sport.”

David ziet de Rabobank-ploeg in die tijd als zijn familie. Van de mechaniekers tot de verzorgers en van de ploegleiding tot de renners: hij kent iedereen en iedereen kent hem. “Het was de normaalste zaak van de wereld voor me. We gingen regelmatig naar de Tour de France en ook de Amstel Gold Race hebben we vaak bezocht. Ik was helemaal niet onder de indruk van een wereldtopper als Oscar Freire. Voor mij was hij gewoon Oscar. Hij verbleef tijdens de klassiekers regelmatig bij ons thuis en dan maakten we lol. Hij speelde dan FIFA tegen mijn broer die op dat moment een jaar of zeven was. Oscar werd compleet ingemaakt. Ik volgde de koers al vanaf jonge leeftijd en kende iedere renner bij naam. Soms kan ik me uitslagen of koerssituaties herinneren waarbij ik denk: dat kan helemaal niet, want toen was ik veel te jong.”

Door het profverleden van zijn vader is er voor David soms meer mogelijk. Hij is de eerste om toe te geven dat hij werd verwend tijdens zijn jeugd. Hij rijdt niet op de allerduurste fiets, maar door de materiaalhobby van zijn vader komt het voor dat hij ineens op een carbonzadel zit of met de lichtste crossremmen rijdt.

“Mijn broer en ik wisten dat we goede spullen hadden en gingen er verantwoord mee om. Verder hield mijn vader zich afzijdig. Hij wist ook: als ik te veel ga zeuren dat hij niet traint, dan wordt de kans alleen maar kleiner dat hij wél gaat. Hij hoopte dat het kwartje ooit zou vallen en dat is gelukkig gebeurd. Daardoor zijn we nooit keihard gebotst en heeft mijn aversie voor trainen nooit tot ruzies geleid. Hij was nooit streng voor me en ik was geen vervelende puber. Ik heb hem dan ook nooit verafschuwd. Het is prachtig dat ik komend seizoen in zijn voetsporen mag treden.”

Papa, ik lijk steeds meer op jou (Papa, Stef Bos)

Laatste nieuws