Waarom baanwielrennen veeeeel meer aandacht verdient (in ieder geval in vergelijking met schaatsen)

Baanwielrennen is een fantastische sport, maar er is te weinig aandacht voor. Het WK in Berlijn (dat begint morgen) komt er ook weer bekaaid vanaf bij de NOS, terwijl van het aanstaande WK Allround iedere drup aan de neus van Sven Kramer live en integraal wordt uitgezonden door de NOS. Een ode aan de baansport.
jan willem van schip

Dijen waar Esmee Visser zes keer in kan

Arme fiets. Dat is het eerste dat bij je te binnen schiet als je een baansprinter zichzelf van bovenin de baan vanuit relatieve stilstand ziet lanceren richting topsnelheden die je straks bijna niet meer mag rijden op de Nederlandse snelwegen. Daarbij is het sprintspelletje voorafgaand aan die krachtsexplosie ook fascinerend. Een natuurdocumentaire waardig haast. Het loeren. De schijnbewegingen. Het achteromkijken. Het wachten. En dan dus die dijen in gang zetten waar schaatster Esmee Visser zes keer in past - of als we het bij wielrennen houden: Esteban Chaves zes keer in past, met een beetje beleid zelfs zeven keer.

Oranje boven

De beste twee baansprinters ter wereld, Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland (of Jeff Hoogland, zoals de NOS-commenator hem schijnbaar mag noemen), zijn toevallig ook nog eens twee Nederlanders. Of ja, toevallig is dat niet eigenlijk, want het is de afgelopen jaren Oranje boven op de baan - of beneden als dat de betere positie is. Op het afgelopen WK Afstanden per schaats moest Nederland het doen met een lullige zeven gouden medailles. Een beschamend aantal natuurlijk, als je daarbij in ogenschouw neemt dat de concurrentie bestaat uit een paar Russen en Canadezen die net achter de stoel vandaan zijn.

Dan het baanwielrennen. In een behoorlijk internationale sport rijgen we de zeges aaneen. Mannen en vrouwen. Van teamsprint tot koppelkoers. We bewijzen dat we ook op een ovaal uit de voeten kunnen als er geen laagje bevroren water op ligt.

Heerlijke chaos

Op die ovaal gebeurt van alles. Een koppelkoers of puntenkoers kijken voelt als een ritje in de achtbaan. Maar dan gewoon op de bank, zonder dat je er kotsmisselijk uitkomt. Klingeldeklingel. Tussensprintje. Maar hé, daar rijdt nog een duo dat een ronde wil pakken. Huh, wat? Proberen er vooraan alweer andere mensen weg te rijden? En dan is het alweer van klingeldeklingel. Never a dull moment. Het enige rustmoment tijdens baanwielrennen is het moment dat de gangmaker bij de keirin nog in koers is en rustig op z'n derny een paar rondjes 29,3 tuft. Een vlakke race. Bij schaatsen zouden de handen voor 'm op elkaar gaan. Bij baanwielrennen begint het nu pas echt. Zes hongerige jachtluipaarden in z'n nek.

Kapotgaan als een malle

Zes hongerige jachtluipaarden die helemaal kapotgaan. Nergens sterf je zoveel doden als op de wielerpiste. Wie herinnert zich niet de beelden van Jeffrey Hoogland nadat hij op het vorige WK de kilometer tijdrit won. Hij kon niet meer lopen. Letterlijk. Als een dronken student na twaalf bier en acht tequila werden hij en z'n turbodijen naar een stoeltje gesleept door z'n begeleiders. Verzuring tot en met.

Jan Willem van Schip

Kapotgaan. Dat brengt ons bijna als vanzelf bij de man voor wie je alleen al een hele avond zendtijd op NPO 1, 2 en 3 tegelijk in zou moeten ruimen. Wielerorakel Jan WilIem van Schip. In het hoofd van Van Schip lijkt het altijd puntenkoers te zijn. Chaos. Maar op de een of andere manier toch ook wel bij de les. Dat fijne hipsterhoofd happend naar adem voor nog één monsterlijke laatste ronde. Het is een beeld waar geen sexy foto van Jutta Leerdam tegenop kan. En na die monsterlijke laatste ronde begint het eigenlijk pas echt. Nog helemaal naar de kloten van de inspanning van zonet begint het wielerorakel met orakelen. Noem twee willekeurige woorden en Van Schip maakt er een - min of meer - coherent wielerbetoog van. Vlaflip en sukadelapje. Van Schip: "Ik zat 'm daar in die laatste ronde zo gaar als een sukadelapje te vlaflippen, maar ik dacht, nog één keer over die Spanjaard heen...gaan, gaan, gaan."

Dat is baanwielrennen. Zo gaar als een sukadelapje 'm nog één keer vlaflippen. En wie wil dat nou niet zien? (Dat kan dus bij de NOS doordeweeks alleen per livestream, maar Eurosport (2) en Sporza (op KetNet) zenden het wel iedere avond live uit op de ouderwetse beeldbuis).

Laatste nieuws