Interview | Sjoerd Bax: ‘Mijn ambitie is om ooit eens heel goed te rijden in Luik-Bastenaken-Luik'

Sjoerd Bax won vandaag verrassend de Copa Agostoni door onder anderen Alejandro Valverde en Vincenzo Nibali erop te leggen.

Bax

Het duurde lang voordat je transfer wereldkundig werd gemaakt. Heb je je zorgen gemaakt?

“Ik had duidelijkheid dat ik prof zou worden. Ik was niet bang dat ik achter het net zou vissen. Toen de onduidelijkheid met Qhubeka-NextHash ontstond, had ik gelukkig nog opties. Even later kwam ook Alpecin-Fenix er nog bij.”

Welke ploegen waren geïnteresseerd?

“De namen die in de media verschenen kwamen redelijk overeen. Met Rally Cycling had ik goed contact. Daar had ik een goed gevoel bij, maar Alpecin-Fenix staat zevende op de wereldranglijst tussen alle grote ploegen in. Daar kon ik simpelweg geen nee tegen zeggen.”

Hoe groot is de opluchting dat je nu eindelijk prof bent?

“Eerlijkgezegd ben ik nooit echt bezig geweest met prof worden. Het was nooit een obsessie voor me. Ik vind fietsen gewoon leuk. Afgelopen jaar had ik wel zo van: ik heb mijn studie fysiotherapie net afgerond en voorlopig ga ik er niets naast doen. Nu ga ik alles op de wielersport zetten. Maar als ik geen prof was geworden, dan was ik sowieso blijven fietsen. Daarbij geloofde ik eigenlijk pas sinds dit jaar dat ik prof kon worden. Nu pas heb ik door dat ik het niveau aankan.”

In hoeverre kun je nog stappen zetten in het leven als prof?

“Ja, daar heb ik nog de nodige marge. Dit jaar trainde ik mezelf, het kan allemaal met nog iets meer structuur. Ik at gezond, maar qua voeding kan het nog beter. Ik ben ook nog nooit op hoogtestage geweest, deed mijn trainingen meestal gewoon vanuit Nederland.”

Hoe belangrijk was die tweede plek op het NK in het worden van profrenner?

“Kort na het NK meldden verschillende ploegen zich. Het was nog vrij vroeg en op dat moment gingen de plekken naar de kopmannen. Dan had ik gesprekken gehad en viel het een tijdje stil. Maar het NK heeft zeker een grote bijdrage gehad. Mensen vragen me vaak naar die prestatie, maar die wedstrijd die ik won in Frankrijk plaats ik op dezelfde hoogte. Na het NK had ik ook even zo’n momentje waarop ik besefte dat ik misschien nooit meer zo’n kans ga krijgen. Ik was niet boos of teleurgesteld, maar wist meteen dat ik het NK had kunnen winnen.”

We kennen je vooral van die prestatie. Wat voor renner ben je verder eigenlijk?

“Iemand voor de heuvels. De wedstrijden waarin ik echt goed reed hadden ook langere beklimmingen. Ik ben 1.90 meter en 75 kilogram, maar op geleidelijke beklimmingen kan ik goed uit de voeten. Mijn absolute wattages zijn in orde, ja. Ik hoop nog iets naar beneden te kunnen in gewicht, want daarin heb ik nog nooit geëxperimenteerd. Ik ben iets meer klimmer dan de meeste renners van Alpecin-Fenix, maar ik ben juist gehaald om de ploeg ook bergop sterker te maken. Verder ben ik iemand die het in een kleiner groepje kan afmaken. Ik ben geen strijkijzer.”

Wat hebben de gebroeders Roodhooft je verteld?

“Ze hopen vooral dat ik in de heuvelwedstrijden en misschien in een grote ronde mijn steentje ga bijdragen. Daarin lekker aanvallend koersen. Al dan niet voor mezelf of voor een ander. De exacte koersen weet ik nog. Mijn persoonlijke ambitie is om ooit eens heel goed te rijden in Luik-Bastenaken-Luik.”

Wat verwacht je waard te zijn in zo’n wedstrijd?

“Dat is nog moeilijk om te zeggen. Het talent heb ik, maar ik zou eerst eens vanuit de ontsnapping ergens een etappe moeten winnen. Een klassieker voor de winst meedoen zal lastig zijn. Ik zie wel waar ik uit ga komen. Ik heb geen langetermijnplanning voor mezelf opgesteld. Ik heb meer zoiets van: ik vind fietsen leuk, ga lekker de bergen in om te trainen en als het goed is word ik steeds iets beter.”

Toch de vraag: wanneer zou je tevreden zijn met je eerste profseizoen?

“Ik zou toch een aantal keer een finale willen rijden en dat je écht hebt meegedaan om de overwinning. Of dat ik een cruciale rol heb gehad in een overwinning van de ploeg. Ik wil me in koersen bemoeid hebben met het koersverloop. Ik wil gewoon laten zien dat ik profwaardig ben.”

Dit interview was van afgelopen winter. 

Magazine
  • Cor Vos